De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Merken, Lucretia Wilhelmina van

Noordnederlandse dichteres en toneelschrijfster (Amsterdam 21.8.1721-Leiden 24.10.1789). Vrome, remonstrants-gereformeerde vrouw; tweede echtgenote van letterkundige N.S. van Winter. Door haar tijdgenoten - o.m. Betje Wolff - als de grootste kunstenares van haar tijd beschouwd.

Werd vooral beroemd door het lange leerdicht Het nut der tegenspoeden (1762, 18183, gebundeld met haar Rijmbrieven over historische onderwerpen) en de groots opgezette heldendichten David (12 boeken, 1768) en Germanicus (16 boeken, 1779). Zowel naar de redelijke, typisch 18de-eeuwse protestantse inhoud, als naar de beheerste en verzorgde, maar zelden bewogen stijl is dit werk karakteristiek voor het late classicisme in Holland.

Van Merken schreef ook toneelstukken naar Frans-classicistisch model, episodes uit het vaderlandse verleden verheerlijkend (Beleg der stad Leyden, 1774; Jacob Simonsz de Rijk, 1774), en bezorgde bovendien zeventien mooie, lange tijd gebruikte psalmberijmingen. In Toneelpoezij (2 dln., 1774-1786) werd werk van haar

[p. 383]

en haar echtgenoot gebundeld. In 1792 verscheen nog De ware geluksbedeeling.

Literatuur:

A. Verwey, Nederlandsche dichters. Roemer Visscher tot Feitama (1894); C. van Schoonneveld, Over de navolging der klassiek-Fransche tragedie... (1906); W. Kloos, in Een daad van eenvoudige rechtvaardigheid (1909); J. de Vries, `L.W.v.M., een voorjaarsbloem der romantiek', in Tijdschr. Nederl. Taal- en Letterkunde, 49 (1930); J. Wille, `De leerschool van L.W.', in Literair-historische opstellen (1962).

 

[W. Gobbers]