De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Meijsing, Doeschka

Eig. Maria Johanna, Nederlandse prozaschrijfster (Eindhoven 21.10.1947). Studeerde literatuurwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, is literair redacteur van Vrij Nederland.

Al in haar algemeen geestdriftig ingehaalde debuut De hanen en andere verhalen (1974), een bundel novellen van een even spontane als geraffineerde schriftuur, manifesteert zich het thema dat zal uitgroeien tot een van haar belangrijkste preoccupaties: de onontkoombare dominantie van het verleden. De korte puberteitsroman Robinson (1976) geeft uitdrukking aan het bewustwordingsproces van een gymnasiaste die de verkenning van de eigen identiteit als een toenemend isolement ervaart. Het dominante verleden en de speurtocht naar de wezenlijke aard van het zelf zijn in de volgende twee romans op elkaar betrokken. De confrontatie met een voor de ik-figuur emotioneel ontoegankelijk verleden vormt het hoofdbestanddeel van De kat achterna (1977). In Tijger, tijger! (1980, Multatuliprijs 1981) is het onderzoek naar de door een doem van dood en verval beheerste geschiedenis van een geslacht van glasfabrikanten aanzet tot een diepgaande zelfreflectie van de hoofdpersoon.

Kenmerkend voor Meijsings werk is een heldere stijl als tegenwicht voor een gecompliceerde betekenisstructuur, die geen eenduidige interpretatie toelaat. Wel lijkt het zeker dat het schrijven hier zowel door zijn ordenende als vereeuwigende eigenschappen het instrument bij uitstek is van de verbeelding, als wapen tegen chaos en dood.

Werken:

Zwaluwen en Augustein (1982), verh.; Utopia of De geschiedenissen van Thomas (1982).

Literatuur:

T. van Deel, in De Revisor, iii (1976), interview; H. van Buuren, in Ons Erfdeel, 19 (1976); J. Diepstraten en S. Kuyper, in Het nieuwe proza (1978), interview, met bibl.; A. Nuis, in Boeken (1978); W.A.M. de Moor, in Meester en leerling. In de voetsporen van S. Vestdijk (1978); W. de Moor en D. Cartens, in Bzzlletin, 7 (1978-1979); K. Hoekendijk, in Bzzlletin, 9 (1981-1982); M. de Vos, in Kritisch lexicon van de Nederlandstalige lit. na 1945 (1984).

 

[J. Huijnink]