De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Netscher, Frans

Eig. Franciscus Cristianus Johannus, Nederlands prozaschrijver ('s-Gravenhage 30.4.1864-Haarlem 19.11.1923). Zoon van een resident. Studeerde evenals zijn jeugdvriend Couperus letteren bij Jan ten Brink. Was vanaf 1891 stenograaf in de Tweede Kamer, in welke hoedanigheid hij veel politici leerde kennen van wie hij rake portretten schreef (In en om de Tweede Kamer, parlementaire portretten en schetsen, 1889). In deze jaren groot promotor van de wielersport en hoofdredacteur van het anwb-orgaan De Kampioen. Verhuisde in 1900 naar Santpoort; werd daar eerst vrijzinnig-democratisch raadslid en later wethouder. Hield zich toen vnl. met politieke en economische vraagstukken bezig. Door Ten Brink attent gemaakt op Zola, schreef hij reeds in 1884 als een der eersten in Nederland naturalistische schetsen (gebundeld in Menschen om ons, 1888). Werd een jaar later door bemiddeling van Paap medewerker aan De Nieuwe Gids (vanaf 1910 redacteur). Zijn naturalistische schetsen bracht hij bijeen in Studie's naar het naakt model (1886), waarop Van Deyssel hem in de brochure Over literatuur van epigonisme betichtte. Zijn tweedelige Haagse roman Egoïsme (1893) moet als mislukt worden beschouwd. Van betere kwaliteit waren zijn in diverse periodieken verspreide journalistieke schetsen en verhandelingen, o.a. die uit De Hollandsche Revue, welk maandblad hij in 1896 met Vincent Loosjes stichtte en dat jarenlang objectieve voorlichting op velerlei gebied gaf.

Werken:

Lastertongen; een blik in de jongste Amsterdamsche letteren (1890); Uit ons parlement (1890); Karakters (1899); Uit mijne sportportefeuille (1899); Langs Holland's stroomen (1900); Uit de snijkamer (1904), nov.; Theo (Heemskerk), met spotprenten (1911).

Uitgave:

Studies naar het naakt model (1982), waarin opgenomen Over literatuur van Van Deyssel.

Literatuur:

J. ten Brink, in Gesch. Noordnederl. Letteren in de 19e eeuw, iii (1889); J. Romein, `De cultuurerosie gemeten (over De Hollandsche Revue)', in Nieuwe Stemmen (1951); W.J. Simons, `Schrijvers in de sport', in Hakken en spaanders (1970); B.H. Bakker, `Émile Zola and the "Revolution of the 1880s" in the Netherlands', in Review of National Literatures, 8 (1977) [i.e. 1978]; N. Maas, Netscheriana (1983, 19852).

 

[G.W. Huygens]