De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Nolthenius, Hélène

Nederlandse cultuurhistorica en prozaschrijfster (Amsterdam 9.4.1920). Studeerde muziekwetenschap en Italiaans te Utrecht. Werkte enige tijd voor de radio en voor de pers en was van 1958 tot 1976 hoogleraar muziekgeschiedenis van de oudheid en me aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. Nolthenius schreef een tweetal zeer bekende cultuurhistorische studies, Duecento (1951) en Renaissance in mei (1956), over de stad Florence in de 14de eeuw, waarmee ze veel succes oogstte. Minder bekend is haar essay Muziek in de kentering (1958) over het muziekleven bij de oude Romeinen, waarvoor ze de Essayprijs van de gemeente Amsterdam kreeg. Haar vlotte schrijfwijze en haar inlevingsvermogen maken de beschreven cultuurhistorische perioden voor een groot publiek toegankelijk.

Ook in haar romans streeft ze naar een heldere vertelwijze en ook daarin komt haar kennis van de Italiaanse cultuur telkens naar voren: Addio Grimaldi (1953) en Een ladder op aarde (1968). De roman Als de wolf de wolf vreet... (1980) speelt eveneens in Italië, ditmaal in het middeleeuwse Toscane. In 1975 had ze inmiddels haar publiek verrast met een in Zwitserland spelende detective, Weekend in Waldegg.

Werken:

Buiten blijven (1966), nov.; De afgewende stad (1971), r.; Geen been om op te staan (1977), r.; De steeneik en andere verhalen (1984).

Literatuur:

E. Mulder, interview, in de Volkskrant (28.2.1981).

 

[G.J. van Bork]