De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Overbeke, Aernout van

Noordnederlands prozaschrijver ('s-Gravenhage 15.12.1632-Amsterdam 16.7.1674). Studeerde rechten in Leiden, was advocaat in Amsterdam en sinds 1659 in Den Haag en vervulde van 1668 tot 1672 de functie van Raad van Justitie in Batavia. Terug in Den Haag was hij lid van de rederijkerskamer aldaar.

Van Overbeke is een van de weinige auteurs van humoristisch werk in de 17de eeuw in de lijn van Tengnagel en Focquenbroch. Zijn waarschijnlijk tussen 1672 en 1674 op schrift gestelde moppen en anekdoten berusten nog in handschrift op de kb: Anecdota sive historiae jocosae (5 dln.). Wel gepubliceerd is een reisverslag, Geestige en vermaecklycke reijs beschrijving naar Oost-Indiën (1668), en een verzamelbundel: Geestige wercken (1678).

Literatuur:

J.A. Worp, `Mr. A.v.O.', in Oud-Holland, 1 (1883); E. Pelinck, `Huizen met torens en hun bewoners', in Jaarb. Gesch. en Oudheidkunde in Leiden en omstreken (1955); R. Dekker en H. Roodenburg, `Humor in de 17de eeuw. Opvoeding, huwelijk en seksualiteit in de moppen van A.v.O.', in Tijdschr. Sociale Geschiedenis, 10 (1984).

 

[P.J. Verkruijsse]