De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Polet, Sybren

Ps. van Sijbe Minnema, Nederlands dichter en (toneel)schrijver (Kampen 19.6.1924). Ofschoon behorend tot de poëzie van Vijftig hebben zijn gedichten van meet af aan een harde, concrete inslag gehad. Het gaat om dynamische stadspoëzie (bijv. Geboorte-stad, 1958; Lady Godiva op scooter, 1960), waarin het wemelt van de anonieme, open figuren, aangeduid als Mr. Iks, Mr. X, de X-mens of een variant daarop. Het zijn invulfiguren die voortdurend gedaanteverwisselingen ondergaan. Opvallend is verder het gebruik van `onpoëtisch' taalmateriaal: wetenschappelijke termen, reclameslogans, onbewerkte omgangstaal. Met die openheid heeft Polet realistische intenties; hij wil geen enkel ervaringsgebied voor de literatuur uitsluiten.

Iets soortgelijks streeft hij na met de romancyclus, die in 1963 inzette met Breekwater. In de essaybundel Literatuur als werkelijkheid. Maar welke? (1972) duidt hij die literatuur aan als totaal of onzuiver: de grenzen tussen de genres vervagen, evenals die tussen de personages, die tussen verleden, heden en toekomst en die tussen verbeelding en werkelijkheid. Voor deze bundel kreeg hij de Busken Huetprijs 1973. Vanaf De sirkelbewoners (1970) krijgt de cyclus bovendien een sterk politiek karakter. Een voorlopig hoogtepunt is de zgn. kadercollage De geboorte van een geest (1974), waarin de geschiedenis van Amsterdam en authentiek historische teksten een belangrijke rol spelen.

Werken:

Demiurgasmen (1953), p.; Organon (1958), p.; Konkrete poëzie (1962), p.; Verboden tijd (1964), r.; De koning komt voorbij (1965), t.; Mannekino (1968), r.; Illusie & illuminatie (1975), p.; Gedichten 1 (1977); Droom van de oplichter; werkelijkheid (1977), emblemen; Xpertise of De experts en het rode lampje (1979), r.; De poppen van het Abbekerker wijf (1983), pr.; Taalfiguren (1983), p.

Uitgaven:

Persoon/Onpersoon (1971), verz. gedichten; Adam X en andere spelers (1975).

Literatuur:

J.J. Oversteegen, `Vier maal experimenteren met de roman', in Merlyn, 1 (1963); P. Calis, `De werkelijkheid anders, zichtbaarder', in Maatstaf, 11 (1963-1964); P. de Wispelaere, `Drie realistische fabels van S.P.', in Nieuw Vl. Tijdschr., 21 (1968); J.F. Vogelaar, `De hoofdpersoon heet niemand', in Literair Lustrum, 2 (1973); V. van der Vorst, `De geboorte van een geest'. Een structurele analyse (1976); G. Wildemeersch, `De auteur als literaire cirkelbewoner', in Vl. Gids, 60 (1976); R. Bloem, `Hoed op - Hoed af: Over de poëzie van S.P.', in Vl. Gids, 60 (1976); A.L. Sötemann, `Een "impure" "pure" dichter. Een beschouwing over de versexterne poëtica van S.P.', in Nieuwe Taalg., 70 (1977); H.R. Heite, H. Verdaasdonk en P. de Wispelaere (ed.), De liternatuur van S.P. (1980); J. Kruithof, in Vingeroefeningen (1981); H. Dütting (ed.), Archief der Vijftigers, dl. 2 (1983), interviews.

 

[C. Offermans]