De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 579]

Vandeloo, Jos

Eig. Josephus Albertus, Vlaams dichter en (toneel)schrijver (Zonhoven 5.9.1925).

Aanvankelijk scheikundige in de mijnindustrie, daarna journalist, sedert 1954 in het boekbedrijf werkzaam. Studeerde enige tijd Nederlandse en Franse letterkunde, waarin hij ook zelf les gaf. Wijdde zich vanaf 1983 geheel aan het schrijverschap.

Hij debuteerde met het verhaal Het kruis dat wij dragen (1953). Naast enige gematigd experimentele dichtbundels, verzameld in Dadels voor een vizier (1965), verwierf hij bekendheid met zijn verhalen De muur (1958) en de romans Het gevaar (1960) en De vijand (1962), die op beklemmender wijze dan in zijn tamelijk bezwerende poëzie de existentiële angst in de door de techniek bedreigde maatschappij doen aanvoelen. Ook in zijn later proza- en toneelwerk staan de menselijke eenzaamheid, vervreemding, de automatisering en het rassenprobleem centraal. Hij beschikt over een sobere, vlotte stijl, die op schokeffecten uit is, het best geslaagd in zijn naar het magisch-realisme zwemende korte verhalen als De croton (1963), Het huis der onbekenden (1963) en De 10 minuten van Stanislas Olo (1969). In De muggen (1973), een roman over een mislukt huwelijk, mediteert hij over leven, liefde en dood. Minder agressief en pessimistisch stelt hij zich op in zijn in parlandostijl geschreven dichtbundels Copernicus of De bloemen van het geluk (1967) en De glimlach van een vlinder (1969). Het werk van Vandeloo werd verschillende malen bekroond, o.a. met de prijs van de provincie Antwerpen voor romans (1961) en voor toneel- en televisiespelen (1967). Versch. van zijn verhalen en scenario's werden verfilmd.

Werken:

Speelse parade (1955), p.; Wij waren twee soldaten (1955), verh.; Woorden der doofstommen (1957), p.; Wachten op het groene licht (1959), p.; Het gevaar (1960), pr.; Zeng (1962), p.; Een mannetje uit Polen (1965), pr.; Vlaamse poëzie (1965); De Coladrinkers (1968), pr.; De week van de kapiteins (1969), tv-spel; Waarom slaap je, liefje (1972), t.; Bent u ook zo'n Belg (1972); Mannen (1975), pr.; Vrouwen (1978), pr.; De Engelse les (1980), pr.; Sarah (1982), r.

Uitgaven:

Met een bloem tussen m'n tenen. Gedichten 1955-1973 (1973); Hars (1984), bloeml.

Literatuur:

Cl. Vanwonterghem, Kennis maken met Het gevaar van J.V. (1970); J. de Ceulaer, in Te gast bij Vlaamse auteurs, 3 (z.j.); J. Vandeloo, Profiel... autobiografie, bibliografie, beschouwingen (1975); J.V. (Profielreeks, 1975); J.V.: een introductie (1983); W. Hazeu, J.V. (Grote Ontmoetingen 4, 19843), met bibl.

 

[P. de Vree]