De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Vasalis, M.

Ps. van Margaretha Droogleever Fortuyn-Leenmans, Nederlandse dichteres ('s-Gravenhage 13.2.1909). Studeerde medicijnen te Leiden, vervolgens antropologie, en specialiseerde zich ten slotte in de psychiatrie en neurologie. Werkte aanvankelijk als arts te Amsterdam, later als kinderpsychiater in Assen en Groningen.

Vasalis debuteerde in 1940 met de novelle

[p. 580]

Onweer, uitgegeven in de bundel Drie novellen als boekenweekgeschenk. Direct daarna verscheen haar eerste dichtbundel Parken en woestijnen (1940), waarvoor zij in 1941 de Van der Hoogtprijs kreeg. In 1947 verscheen de bundel De vogel Phoenix en in 1954 Vergezichten en gezichten. Van het begin af aan is haar poëzie een grote belangstelling ten deel gevallen die resulteerde in een voor poëzie groot aantal herdrukken. Befaamd geworden gedichten als `De idioot in het bad', `Drank, de onberekenbare', `Het ezeltje' of `Afsluitdijk' zijn kenmerkend voor de tegenstellingen die zij ook in de titel Parken en woestijnen verwoordt, nl. die van orde en chaos, tijd en eeuwigheid, gebondenheid en vrijheid. Deze thematiek wordt als algemeen menselijke problematiek gepresenteerd, bijv. als de innerlijke verscheurdheid van de mens. In de bundel De vogel Phoenix, opgedragen aan haar jong gestorven zoon Dicky, worden persoonlijke ervaringen verwerkt tot symbolen van een wijder strekking. In deze bundel spelen thema's als liefde, smart en dichterlijke inspiratie een belangrijke rol. In Vergezichten en gezichten ten slotte ligt de nadruk vooral op het menselijk tekort en de onmacht van de taal. In haar hele poëtische oeuvre worden verschijnselen uit de werkelijkheid steeds geplaatst in het licht van het eeuwige. De werkelijkheid toont de lezer een chaotisch en verbrokkeld beeld. De dichter zoekt naar de samenhang, de harmonie in die chaotische werkelijkheid en tracht de eenheid te herstellen door het leggen van verbanden. Om deze reden werd Vasalis' poëzie wel gekenmerkt als neosymbolistisch.

Vasalis is zeer selectief in wat zij publiceert. Haar medewerking aan tijdschriften is dan ook uiterst beperkt. Een deel van haar gedichten verscheen in Criterium. Later (1948-1953) werkte zij nog mee aan Libertinage. Behalve enkele bloemlezingen, een enkel essay en één gedicht in Tirade publiceerde zij sinds 1954 niet meer.

De poëzie van Vasalis werd versch. malen bekroond. In 1957 verwierf ze de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor Vergezichten en gezichten, in 1963 de Culturele prijs van de provincie Groningen, in 1974 de Constantijn Huygensprijs voor haar gehele oeuvre en in 1982 de P.C. Hooftprijs.

Werken:

De muze en de dieren (1954), bloeml.; Kunstenaar en verzet (1958), essay; De dichter en de zee (1960), bloeml.

Literatuur:

A. Peypers, `De dichteres V.', in Ons Erfdeel, 9 (1965); H. Scholten, `Over de poëzie van M.V.', in Tirade, 19, 204 (1975); A. van Assche, `M.V.: de psychische wereld van haar gedichten', in Ons Erfdeel, 22, 2 (1979); R. van de Perre, M.V. (Grote ontmoetingen, 1980); R. Ekkers, `M.V.', in Kritisch lexicon van de Nederlandstalige lit. na 1945 (1982); D. Kroon (ed.), Ik heb mezelf nog van geen ding bevrijd (1983).

 

[G.J. van Bork]