De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 627]

W

Waals, Jacqueline Elisabeth van der

Nederlandse dichteres ('s-Gravenhage 26.6.1868-Amsterdam 29.4.1922). Dochter van natuurkundige en Nobelprijswinnaar J.D. van der Waals. Was lerares geschiedenis. Zij was de belangrijkste protestantse dichteres van haar generatie; toch publiceerde zij niet in Ons Tijdschrift, maar hoofdzakelijk in Onze Eeuw.

Haar vroegste natuurlyriek, soms kinderlijk eenvoudig en fris, zij het veelal met weemoedige ondertoon, verraadt nog de invloed van het impressionisme van de Tachtigers. Zwakke gezondheid, besef van naderende dood en innige religiositeit verdiepten haar poëzie, waarin het natuurbeeld draagster werd van religieus-mystieke symboliek. Het dualisme innige levensliefde en rustig deemoedige doodsaanvaarding inspireerde haar tot enkele zuivere en aangrijpende gedichten (`Annunciatie' uit Laatste verzen, uitg. 1922). Zij schreef ook een roman, Noortje Velt (1907), met autobiografische achtergrond en het essay Sören Kierkegaard (1920).

Werken:

Verzen (1900), onder ps. U.E.V.; Nieuwe verzen (1909); Iris (1918).

Uitgaven:

R. Houwink (ed.), Gebroken kleuren (1939, 198115), bloeml. met inl.; S. van der Land (ed.), De mooiste gedichten van J.v.d.W. (1979), bloeml.; Silhouetten (1982), bloeml.; Wat de toekomst brengen moge (1982), bloeml.

Literatuur:

A.C.S. de Koe, levensbericht, in Jaarb. Mij der Nederl. Letterk. (1923); B. Verhoeven, in De zilveren spiegel (1931); C. Rijnsdorp, in In drie etappen (1939); De Herdersfluit. Opstellen over de poëzie van J.E.v.d.W. (1977), met inl. van H. van der Ent; H. van der Ent en J. Kramer-Vreugdenhil, J.E.v.d.W., haar leven en haar werk (1982); B. Büch, `V.d.W.', in Literair omreizen (1983).

 

[W. Gobbers]