De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Wachtendonckse Psalmen

Oudnederfrankische psalmen uit de Karolingische tijd. De psalmen zijn overgeleverd in een afschrift dat Justus Lipsius rond 1600 maakte van het inmiddels verloren gegane hs. van de Lütticher Domherr Anton Wachtendonck. Dit afschrift is door de afschrijver voorzien van glossen (aantekeningen en woordverklaringen). De Wachtendonckse Psalmen worden beschouwd als `oudnederlands' en zijn dus, zelfs in de vorm waarin ze overgeleverd zijn, van groot belang voor het bestuderen van de vroegste geschiedenis van het Nederlands.

Uitgaven:

W.L. van Helten, Die altostniederfränkischen Psalmenfragmente (1902); H.K.J. Cowan, De oudnederlandse (oudnederfrankische) psalmenfragmenten (1957); R.L. Kyes, The Old Low Franconian Psalms and Glosses (1969).

Literatuur:

C. Minis, Bibliographie zu den Altmittel- und Altniederfränkischen Psalmen und Glossen (1971); A. Quak, `Die Glossen von Lipsius in dem Brief an Henricus Schottius in der Leidener Handschrift', in Amsterdamer Beitr. (1972); W. Sanders, `Oudnederlands. Drie hoofdstukjes uit de vroegste Nederlandse taal- en letterkunde', in Tijdschr. v. Nederl. Taal- en Letterk., 88 (1972); L. de Grauwe, `Negentiende-eeuwse flaminganten over het Oud-nederlands en zijn psalmenfragmenten', in Wetensch. Tijdingen, 33 (1974).

 

[F. van Thijn]