De Nederlandse en Vlaamse auteurs


auteur: G.J. van Bork en P.J. Verkruijsse


bron: G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.), De Nederlandse en Vlaamse auteurs van middeleeuwen tot heden met inbegrip van de Friese auteurs. De Haan, Weesp 1985


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Wijhe-Smeding, Alie van

Nederlandse prozaschrijfster (Enkhuizen 17.7.1890-Utrecht 5.7.1938). Was gehuwd met de predikant M.C. van Wijhe. Haar werk is gebaseerd op haar ervaringen in het vissersplaatsje Enkhuizen en de gereformeerde sfeer die daar aan het begin van deze eeuw heerste. Ze schreef een groot aantal werken die nu een sterk verouderde indruk maken, maar in de jaren dertig een groot lezerspubliek hadden.

Haar oeuvre omvat overwegend romans en novellen, waarvan enkele titels typerend zijn voor de aard van haar werk: Tusschen de golven (1918), Menschen uit een stil stadje (1920), Het wazige land (1925), De zondaar (1927), De domineesvrouw van Blankenheim (1930). Voorts schreef ze een toneelstuk dat op Marken speelt, Het prinsesje van het groene eiland (1927).

Werken:

Sterke webben (1922); Achter het anker (1924); Duivelsnaaigaren (1926); De ontmoetingen van Rieuwertje Brand (1929); Harlekijntje (1931); Naakte waarheid (1932); De ijzeren greep (1933); Hunkering (1934); Tusschen twee droomen (1935); Tusschen de menschen (1936); Liefde (1937); Bruggenbouwers (1938); Een menschenhart (1939).

Literatuur:

F. van Dam, A. van W.-S. in haar letterkundigen arbeid (1931); F. Smeding, levensbericht, in Jaarb. Mij der Nederl. Letterk. 1940-1941 (1941).

 

[G.J. van Bork]