Vlaams romanschrijver (Lier 3.3.1917). Studeerde aan de Antwerpse kunstacademie, was werkzaam in het bouwbedrijf en bij de televisie. Debuteerde in 1942 met de roman De kleine wereld, bundelde tien jaar later drie novellen onder de titel Ik leefde gisteren en gaf daarna vitalistische romans uit, waarvan de eerste drie een pessimistisch-naturalistische en sterk sensuele inslag hebben. Zijn later werk Einde van een reis (1959) getuigt van een mildere kijk op het leven.
Van Aerschot ontleedt scherp en ongenadig het onderbewustzijn van zijn personages, die zich door zelfkennis trachten te verheffen. De auteur heeft ook geschilderd.
Literatuur: Oosthoek; WP-lexicon; H. Lampo, ‘Drie schrijvers, drie werelden: Frans de Bruyn, Bert van Aerschot en Eugène Bosschaerts’, in Nieuw Vlaams Tijschrift 9 (1955) p. 1344-1352; W. Copmans, ‘Bert van Aerschot: een individualist in de Zuidnederlandse literatuur’, in Mens en taak 13 (1970) 1, p. 9-12; Chr. Humbeeck, ‘Bert van Aerschot’, in: M. Janssens e.a. Geboekstaafd. Vlaamse prozaschrijvers na 1945 (1988), p. 25-27.
J. de Ceulaer
[aangevuld, november 2001]