Nederlands dichter, prozaschrijver en vertaler (Amsterdam 11.12.1933 - Landsmeer 14.6.1999).
Aanvankelijk schreef Van Altena poëzie die sterk onder invloed stond van de Vijftigers. Daarna schreef hij vooral erotische poëzie. Vervolgens publiceerde hij twee romans, Eén tussen twee (1973) en Een gewone schoft (1974), maar zijn bekendheid verwierf hij vooral als vertaler van Franse dichters. Met name de vertaling van het werk van François Villon (Verzamelde gedichten, 1963), die bekroond werd met de Martinus Nijhoffprijs 1964, maakte hem bekend bij een groot publiek. Dit was mede te danken aan het feit dat deze verzen verschenen op het moment dat de belangstelling voor middeleeuwse cultuur groeiende was. Later vertaalde hij o.m. Geoffrey Chaucers Canterbury tales (1994) en toneel van Molière, Shaw en Edward Albee. In 1979 verzorgde hij een hertaling van Vanden vos Reinaerde die nog in 1991 werd herdrukt, maar die - hoewel hij de tekst op de voet volgde - toch van te weinig kennis getuigde van de stand van het onderzoek rondom deze middeleeuwse tekst.
In 1994 werd hem de Hiëronymusprijs voor zijn vertaalwerk toegekend.
Literatuur: Oosthoek; F. Auwera, ‘Ernst van Altena’, in: Geen daden maar woorden (1970), p. 62-70; H. Andreus, ‘Een leesbaar gemaakte Villon’, in: Verzameld proza (1990), p. 796-798; Thea Summerfield, ‘Een nieuwe Nederlandse vertaling van Chaucers Canterbury Tales’, interview in: Madoc 8 (1994) 1, p. 12-19; H. Leus, ‘Ernst van Altena: ‘Er zit veel rede in mijn vertaalzin’’, interview in: Poëziekrant 19 (1995) 5, p. 24-28; N. van Maasen, ‘In memoriam Ernst van Altena’, in: Filter 6 (1999) 3, p. 37-38.
G.J. van Bork
[nieuw, november 2001]