Pseudoniem van Johan Wilhelm van der Zant, Nederlands dichter en prozaschrijver (Amsterdam 21.2.1926 - Putten 9.6.1977). Na HBS en toneelschool was Andreus enkele maanden werkzaam als corrector. In 1951 vertrok hij voor vijf jaar naar het buitenland: Parijs, Rome en een reis door Italië. Terug in Nederland verkoos hij de vrijheid van het schrijverschap - dat voor hem als elk ander vak een métier betekende - boven een vast beroep.
Vanaf 1951 was hij redacteur van het tijdschrift Podium, waarin hij al eerder poëzie had gepubliceerd. Zijn debuut in boekvorm was de bundel Muziek voor kijkdieren (1951). Hoewel Andreus tot de Vijftigers gerekend wordt vanwege zijn sterk associatieve poëzie en zijn vriendschap met Lucebert en Vinkenoog, ging hij in zijn werk een volstrekt eigen weg. Hij bleef ook enigszins op afstand van de manifestaties van Vijftig. De aansluiting bij Vijftig is vooral te vinden in het experimentele karakter van zijn vroege poëzie. Zijn latere werk laat een grote vormvariatie zien: prozagedichten in Empedocles, de ander (1955), eigenzinnige sonnetten in De sonnetten van de kleine waanzin (1957), prozaïsche notities in Syntropisch (1965). Bij al deze vormverscheidenheid bleef zijn thematiek vrijwel dezelfde, vaak metaforisch aangeduid in de tegenstelling licht en donker. Daarbij staat het licht voor het leven en de liefde, en het donker voor dood en vermoeidheid.
Evenals in het werk van andere Vijftigers is in Andreus' poëzie een sterke nadruk op de lichamelijke ervaring aan te wijzen. Vrijwel alles uit de aanraakbare werkelijkheid kan een beeld opleveren voor de uit te drukken sensaties van liefde en lichtervaring.
Een ander thema dat Andreus' poëzie beheerst, is dat van schuld of onschuld, tegenstrijdige componenten van het eigen ‘ik’. In Variaties op een afscheid (1956) is sprake van de onschuld van de dichter, maar wordt de ‘ik’ ook geassocieerd met ‘verbrand land’ en ‘pestilentie’. Deze thematiek kan worden aangetroffen in De sonnetten van de kleine waanzin, een bundel die algemeen als een hoogtepunt in Andreus' oeuvre wordt gezien. Hierin wordt het thema ‘schuld’ verbonden met wat Andreus aanduidt als ‘het ongeboren spiegelkind’, een ‘gestorven tweelinghelft’, een ‘ander ik’. Waarschijnlijk is het levensgevoel dat uit deze sonnetten spreekt mede bepaald door de neurose waarvoor Andreus in 1954 genezing zocht in een prenatale psycho-analytische behandeling.
Veel van Andreus' proza heeft een autobiografische achtergrond. Zo is de novelle Bezoek (1960) een verhaal over een jonge dichter. De roman Valentijn (1960) werd door de criticus Kelk een parodie op een sleutelroman genoemd en inderdaad lijkt Andreus hierin zijn ervaringen als redactielid van Podium ironisch verwerkt te hebben. Het onvoltooide en postuum verschenen verhaal Uit het jeugdige leven van Melchior Blovoet (1986) is herkenbaar gebaseerd op Andreus' eigen ervaringen.
Andreus' werk is veelvuldig bekroond, maar hij heeft nooit een van de grote staatsprijzen gekregen. In 1955 ontving hij de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam voor de bundel Schilderkunst (1954) en in 1963 dezelfde prijs voor het gedicht ‘Aarde’. In 1977 werd hem postuum de Henriëtte Roland Holstprijs toegekend voor Gedichten 1948-1974 (1975).
Andreus verwierf tevens bekendheid als schrijver van kinderboeken. Voor Meester Pompelmoes en de mompelpoes (1968) dat tal van vervolgen kende, ontving hij de CPNB-prijs 1969 en voor de bundel kinderversjes De rommeltuin (1970) een Zilveren Griffel.
Literatuur: Kritisch lexicon; Lexicon Jeugdlit.; Lexicon lit. werken; Oosthoek; WP-lexicon; J. van der Vegt, ‘Ogenblik van licht’, in Kentering 15 (1975-1976) 2, p. 42-49; P. Beers, ‘Overlevende van een tweeling. In gesprek met Hans Andreus’, in Revisor 3 (1976) 3, p. 28-34; Dimensie 2 (1978) 7, speciaal Andreus-nummer; Literama 14 (1979), speciaal Andreus-nummer; R.L.K. Fokkema, in Het komplot der vijftigers (1979) p. 194-200; J. van der Vegt. Dichter bij het licht. Een inleiding tot het werk van Hans Andreus (1983); Hans Andreus, spec. nr. van Bzzlletin 12 (1983) 108; Hans Andreus, spec. nr. van Literama 18 (1984) 11; Frank Lodeizen. Herinnering aan Hans Andreus (1985); Frank Esper. Wisselend verblijf. Over de poëzie van Hans Andreus (1986); Simon Vinkenoog. Herinnering aan Hans Andreus (1988); Hugo Claus. Ontmoeting met Hans Andreus (1991); Jan van der Vegt. Hans Andreus. Biografie (1995); J. van der Vegt (ed.). Van en over Hans Andreus. Tien brieven van Hans Andreus (1997).
G.J. van Bork
[ingrijpend gewijzigd, november 2001]