Nederlands prozaschrijver (Arnhem 5.7.1941). Studeerde psychologie, was werkzaam in de reclame en de journalistiek. Andriesse werkte mee aan het Manifest van de jaren zeventig (1970), samen met Hans Plomp, Heere Heeresma en George Kool. Daarin zetten zij zich af tegen de gevestigde auteurs en tegen wat zij het ‘Hoornik concern’ noemden (Bernlef en Schippers). Bovendien verzetten zij zich tegen de experimentele literatuur die zij kenschetsten als ‘nieuwe wartaal’.
Andriesse ontving al in 1965 van de Reina Prinsen Geerligsjury een eervolle vermelding voor zijn verhalen in Het web, hoewel pas in 1969 zijn officiële debuut Verboden te jodelen verscheen. Hij streeft, evenals zijn generatiegenoten, naar eenvoudig leesbaar en realistisch proza dat over voor iedereen herkenbare situaties gaat. Cliché's, trivialiteit en ironie zijn middelen die niet worden geschuwd. Een goed voorbeeld daarvan vormt de persiflerende doktersroman Zuster Belinda en het geheime leven van Dr. Dushkind (1971), die hij samen met S. Winterman publiceerde. Ook jeugdsentiment speelt een rol in zijn werk, zoals in De roep van de tokèh, brokjes Indies jeugdsentiment (1972). Dat gold overigens voor het werk van de hele groep rond het Manifest van de jaren zeventig.
Jeroen Brouwers zal in 1979 in Tirade onder de naam ‘De Nieuwe Revisor’ teksten van de groep waar Andriesse toe behoorde omschrijven als ‘jongetjes- en meisjesliteratuur’.
Andriesse werkte mee aan het blad Gandalf.
Literatuur: G.K. van het Reve, ‘De redelijk denkende mens Peter Andriesse’, in: Tirade 11 (1967) 128/129, p. 453-456; J. Kuypers, ‘Interview met Peter Andriesse’, in: Kofschip 13 (1985) 1, p. 54-58; T. Luiken, ‘Schrijver bijt zichzelf: Kamikaze (1982) van Peter Andriesse’, in: De Parelduiker 1 (1996) 4, p. 55-61.
G.J. van Bork
[nieuw, november 2001]