Rengert Robert Anker, Nederlands dichter en prozaschrijver (Oostwoud 27.4.1946).
Studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam en hield zich aanvankelijk vooral bezig met toneel, maar debuteerde als dichter in De Revisor. Zijn formele debuut is Waar ik nog ben (1979), een bundel poëzie waarin hij op zoek is naar inzicht in de zin en samenhang van de werkelijkheid. Deze thematiek wordt later in Nieuwe veters (1987) en Goede manieren (1989) nog uitgebreid met het thema van het moderne leven in de grote stad. De versplintering van het ‘ik’ die het gevolg is van dat bestaan kan alleen maar opgeheven worden in de poëzie, en zelfs daar leidt het tot een elliptische en verbrokkelde syntaxis. Anker ziet zichzelf in dat opzicht verwant met Bert Schierbeeks Het boek Ik (1951).
In 1983 is hem de Jan Campertprijs toegekend voor de bundel Van het balkon (1983) en de Herman Gorterprijs 1989 voor Nieuwe veters. In 1992 verscheen De thuiskomst van kapitein Rob, proza waarvoor hem de Bordewijkprijs 1993 werd verleend. In 1994 verscheen de verhalenbundel Volledig ontstemde piano en in 1998 de sleutelroman Vrouwenzand, over de roerige democratiseringsjaren die hij als student in Amsterdam had meegemaakt.
Over zijn poëticale opvattingen schreef Anker in Olifant achter blok (1988), een reeks stukken die eerder in tijdschriften verschenen.
Literatuur: Kritisch lexicon; Oosthoek; WP-lexicon; P. de Boer, ‘Robert Anker’, in: Jan Campertprijzen 1983 (1983), p. 49-64; M. Reints, ‘Toeschouwer en acteur: over Robert Anker’, in: Jan Campertprijzen 1993 (1993), p. 37-47, 118-123; B. Mourits, ‘De dichter, een fatsoenlijk mens’, in: Maatstaf 45 (1997) 4, p. 55-66; K. Vergeer, ‘Ontheemde beelden kraken nu mijn hoofd’, in: Ons Erfdeel 41 (1998) 2, p. 224-234; E. de Jong, ‘Dat verlaten zit overal in mijn werk’, interview in: Kreatief 34 (2000) 1, p. 37-43; J. Diepstraten, [Over Robert Anker], in: De kunst van het schrijven (2000), p. 55-59.
G.J. van Bork
[nieuw, november 2001]