Nederlands dichter en prozaschrijver (Den Haag 13.2.1925 - Amsterdam 21.1.1974). Kreeg na enkele onopgemerkte tijdschriftpublikaties in Ad Interim, Maatstaf en Podium, en de novelle Lente/Herfst (1955) bekendheid met zijn roman Keefman (1972), waarin met ironie en venijn de vervreemding van een reddeloos eenzaam mens wordt gevolgd. Behalve door deze roman en erop volgende verhalen, waarin hetzelfde absurde leven centraal staat, kwam de schrijver in het nieuws door zijn benarde, onmogelijke levenswijze, waarmee hij zichzelf en anderen tot wanhoop bracht. Op de dag dat zijn tweede dichtbundel uitkwam, benam hij zich het leven. De belangstelling voor zijn persoon en werk in het teken van ‘ik ben een arm man en alle leven doet mij zeer’ is na zijn dood groeiende gebleken. Een belangrijke rol daarbij speelde de toneel- en televisiebewerking van Keefman, maar vooral ook de grote interesse die in de jaren '70 was ontstaan voor psychiatrie en psychotherapie. Veel van Arends' werk speelt in die wereld en zijn werk is doortrokken van masochisme en pathologisch gedrag.
In 1986 werd het leven van Arends verfilmd en door de TROS-TV uitgezonden onder de titel Stil, Jan Arends moet schrijven.
Literatuur: Kritisch lexicon; Lexicon lit. werken; Oosthoek; WP-lexicon; B. Haveman, ‘Het ijskastbeestje’, interview, in: Oh, gelukkige eenzaamheid (1977), p. 8-20; C.J. Aarts & Thijs Wierema (red.). Jan Arends 1925-1974, in: De Engelbewaarder 4 (1979) 15; J. Brouwers, in De laatste deur (1983), p. 398-417; Joris Note, ‘Jan Arends, stoorzender’, in: Streven 52 (1984-1985) 8, p. 619-633; Eelke de Jong, ‘Jan Arends I presume’, in: De man achterin: portretten 1965-1987 (1989), p. 79-84; M. Westerhof, ‘De boze taal van een eenzaam man’, in: Groniek 23 (1990) 109, p. 105-117; G. den Toom, ‘Hongerkunstenaar in taal. Over het werk van Jan Arends (1925-1974)’, in: Vooys 19 (2001) 3, p. 150-155.
R. Bloem en G.J. van Bork
[ingrijpend gewijzigd, november 2001]