Willem Johannes Cornelis Arondéus, Nederlands beeldend kunstenaar en prozaschrijver (Naarden 22.8.1894 - Overveen 1.7.1943). Bezocht de Kunstnijverheids- en tekenschool in Amsterdam, waar hij afstudeerde. Hij onderhield contact met de kunstenaarskring rond R.N. Roland Holst. Mede vanwege zijn homoseksualiteit leed hij een eenzaam en rusteloos bestaan, terwijl ook geldgebrek hem parten speelde.
Schreef behalve romans (Het uilenhuis, 1938 en In de bloeiende ramenas, 1938) ook een monografie over Mathijs Maris: De tragiek van den droom (1939). Als leerling van R.N. Roland Holst schreef hij een studie over Monumentale schilderkunst in Nederland (1941), waarin hij brak met zijn schildersverleden en afstand nam van zijn mentor Roland Holst.
In 1941 werd hij actief in het kunstenaarsverzet en werkte hij mee met Brandarisbrieven aan het verzetsblad De Vrije Kunstenaar. In 1943 deed hij mee aan de aanslag op het bevolkingsregister (samen met Gerrit Jan van der Veen), waarvoor hij vier dagen na die overval door de Duitse bezetter werd opgepakt en op 1 juli 1943 werd gefusilleerd.
Literatuur: BWN; Marco Entrop. Onbekwaam in het compromis. Spec. nr. van De Engelbewaarder (1993) 2.
G.J. van Bork
[ingrijpend gewijzigd, november 2001]