Vlaams prozaschrijfster (Antwerpen 31.1.1853 - Antwerpen 9.6.1948). Mentor en mecenas van het tijdschrift Dietsche Warande & Belfort, waarvan zij verantwoordelijk was voor de samenvoeging van deze oorspronkelijk gescheiden tijdschriften. Rooms-katholiek voorvechtster op cultureel en sociaal gebied. Stichtte een modelschool voor meisjes (Belpaire-Instituut), richtte de Katholieke Vlaamse Hogeschool voor Vrouwen op en de Vrouwenbond Constance Teichmann.
Publiceerde samen met Hilda Ram en Louisa Duyckers de uit zeven delen bestaande verzameling sprookjes en vertellingen Wonderland (1894-1924); voorts essays over bekende figuren. Vertaalde ook werk van Jörgensen en Bjørnson. Over de herleving van het rooms-katholicisme aan het einde van de 19de eeuw schreef ze Christen ideaal (1899). Haar memoires werden gepubliceerd in Na veertig jaar (1912) en Na vijftig jaar (2 dln, 1924). In 1937 werd ze benoemd tot doctor honoris causa van de Universiteit van Leuven.
Literatuur: NBW; Oosthoek; WP-lexicon; B. Roose. De wijze vrouw van Vlaanderen. Het leven van M.E. Belpaire (1948); L. Helsen, ‘Maria Elisa Belpaire’, in: Twintig eeuwen Vlaanderen. Dl. 13: Vlaamse figuren 1 (1976), p. 395-398; H. Schrooten. De sociale en politieke actie van Mej. M. Belpaire tijdens de eerste wereldoorlog (1914-1918) (1978).
W. de Graer en G.J. van Bork
[ingrijpend gewijzigd, februari 2002]