terug  begin  verderprepost

Beurskens, Huub

Hubertus Peter Willem Beurskens, Nederlands dichter (Tegelen 18.2.1950). Studeerde aan de kunstacademie te Tilburg en werd leraar. Publiceerde o.a. in het tijdschrift Raster. Debuteerde met de opmerkelijke bundel Blindkap (1975), in 1977 gevolgd door Cirkelgang.

Zijn poëzie komt voort uit de merlinistische opvatting dat het werk los dient te staan van zijn maker. Zijn gedichten zijn taalexperimenten met sterk hermetische trekken, waarin het thema tijd een belangrijke rol speelt. Poëzie is voor Beurskens het maken van ‘taaldingen’ tegen de tijd. Hij maakt gebruik van montagetechnieken, waarbij hij veel citeert. Er is in zijn werk een duidelijke verwantschap met Kouwenaar. In zijn essays in Schrijver zonder stoel (1982) zet hij zijn opvattingen over poëzie en kunst uiteen: moderne poëzie is vergelijkbaar met abstracte kunst, de werkelijkheid is chaotisch en de weergave daarvan bij voorbaat verdacht. In 1979 verscheen voor het eerst proza van Beurskens: de roman De leguaan.

Als poëziecriticus is Beurskens verbonden aan Het Dagblad voor Noord Limburg en het weekblad De Groene Amsterdammer. Daarnaast is Beurskens beeldend kunstenaar. In 1984 exposeerde hij schilderijen in De Haandert in Tegelen. Voorts vertaalde hij poëzie van Gottfried Benn, Georg Trakl en Nelly Sachs.

Voor de dichtbundel Hollandse wei en andere gedichten (1990) werd hem in 1991 de Herman Gorterprijs toegekend. Beurskens is nooit een dichter voor een groot publiek geweest en ook de literaire kritiek was altijd verdeeld over zijn werk. Toch kreeg zijn dubbelnovelle De verloving (1990) veel waardering.

 

Literatuur: Kritisch lexicon; Oosthoek; WP-lexicon; W. Kusters. De geheimen van wikke en dille (1988), p. 29-39, 85-90; S. Hertmans, ‘De schorpioen in de krijtcirkel’, in: Oorverdovende steen. Essays over literatuur (1988), p. 92-118; J. Heymans, ‘De kunst van het leven: in gesprek met Huub Beurskens’, in: De Gids 151 (1988) 6, p. 451-456; M. Reugebrink, ‘Te roesten in zijn schouderholster hangt het hart’, in: De XXIe eeuw 1 (1990-1991) 3, p. 67-82; M. Reugebrink, ‘De strijd om een bestaan. Huub Beurskens als bewegingskunstenaar’, in: N. Matsier (red.). Het literair klimaat 1986-1992 (1993), p. 220-233; H. Bousset, ‘Scharrelaars met vleugels. Over Huub Beurskens’, in: De gulden snede. Over Nederlands proza na 1980 (1993), p. 172-180; R. Elshout, ‘Ik is steeds een ander. Een excursie door het werk van Huub Beurskens’, in: Bzzlletin 23 (1993-1994) 214, p. 48-60.

 

G.J. van Bork
[ingrijpend gewijzigd, februari 2002]

prepostterug  begin  verder