Nederlands dichter en criticus (Leiden 12.10.1902 - Amsterdam 1.6.1984). Studeerde Nederlands en geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Was lange tijd leraar in die beide vakken in Baarn, later aan het Vossius- en Barlaeus-gymnasium in Amsterdam. Werd vervolgens hoofd van de afdeling Kunstzaken van de gemeente Amsterdam, een functie waarin hij nog maar weinig tijd voor de literatuur kon vrijmaken. Als dichter had hij voorkeur voor traditionele vormen, zoals het sonnet en het kwatrijn; zijn taalgebruik is verzorgd, maar enigszins archaïstisch: Het andere land, 1930; Onvoltooid verleden, 1936; Oog in oog, 1946.
Hoewel hij grote waardering uitsprak voor enkele moderne dichters (Van den Bergh, Van Ostaijen, Marsman - met de laatste zat hij van 1926 tot 1931 in de redactie van De Vrije Bladen), blijkt uit de kritieken en essays dat zijn poëzie-opvatting eerder symbolistisch was: het gedicht als autonome, transcendent gerichte taalorganisatie. Dit standpunt herinnert enerzijds aan De Beweging, anderzijds aan de internationale beweging van de ‘interpretatieve’ literatuurbeschouwing (Trivium, New Critics), maar Binnendijk werkte zijn denkbeelden minder consequent uit. Deze autonomistische literatuuropvatting bracht hem in conflict met zijn jeugdvriend Menno ter Braak. Als reactie op D. Costers bloemlezing Nieuwe geluiden, waarin de humaniteit van de dichter het belangrijkste criterium was, stelde Binnendijk zijn bloemlezing Prisma (1930) samen waarin hij de nadruk legde op de vorm, op poëzie als een organisme dat losstaat van z'n maker. Daarop reageerde Ter Braak (De Vrije Bladen 8 (1931) 1, p. 15-23) met een stuk ‘Prisma of dogma’, waarin de persoonlijkheid van de schrijver het belangrijkste criterium voor de beoordeling van literair werk werd gesteld. Dit artikel vormde het begin van de zgn. ‘vorm-of-vent-discussie’. Het zou het einde betekenen van De Vrije Bladen en leiden tot de oprichting van Forum.
Binnendijk publiceerde een enkele maal onder het pseudoniem Dirk Nolting. Zijn bloemlezing Dichters van deze tijd (1941) kende een ongekend aantal herdrukken.
Literatuur: Kritisch lexicon; Oosthoek; WP-lexicon; J.J. Oversteegen, ‘D.A.M. Binnendijk, de Prisma-discussie’, in: Vorm of vent (1969), p. 229-284; J.C. Bloem, ‘D.A.M. Binnendijk’, in: Het onzegbare geheim. Verzamelde essays en kritieken 1911-1963 (1995), p. 506-508.
J.J. Oversteegen en G.J. van Bork
[ingrijpend gewijzigd, februari 2002]