Nederlands dichter (Amsterdam 14.10.1952). Zoon van Jan Blokker. Studeerde geschiedenis te Amsterdam. Debuteerde in 1972 met de zoekend geschreven epische gedichten van De tocht landinwaarts. In 1974 verscheen Een haag van rozen, sterk associatieve, vaag romantische poëzie met als tegenstelling cultuur - natuur, realiteit - romantiek, en als centraal gegeven het sprookje van Doornroosje. In de samenhangende reeks gedichten van De huizen (1978) wordt een tocht ondernomen door huizen en hun omgeving. Daarna volgden nog de bundels Gezangen (1980) en Kind (1984). Vanwege het vaag-associatieve en soms sentimentele van zijn poëzie is de kritiek vaak negatief.
Literatuur: WP-lexicon; R. Bloem, in Vrij Nederland (15 juli 1978); A.M. Musschoot, ‘Jan Blokker jr., onnadrukkelijk en sentimenteel’, in: Ons Erfdeel 28 (1985) 5, p. 744-745.
G.J. van Bork
[aangevuld, februari 2002]