Schrijvers en dichters (dbnl biografieënproject I)


auteur: G.J. van Bork


bron: Schrijvers en dichters werd niet eerder gepubliceerd.  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Eerbeek, J.K. van

Pseudoniem van Meinart Boss, Nederlands prozaschrijver (Zwolle 22.7.1898 - Zwolle 5.11.1937). Van Eerbeek is afkomstig uit een gereformeerd middenstandsmilieu. Hij werd opgeleid tot onderwijzer, maar is in militaire dienst door een longaandoening fysiek gehandicapt geraakt.

Van Eerbeek schreef enkele prozaschetsen, maar hij brak door met zijn bijdragen aan Opwaartsche Wegen. In 1930 debuteerde hij officieel met de bundel Verhalen, al spoedig gevolgd door een reeks romans. Vooral zijn roman Strooschippers (1934) werd vele malen herdrukt. Van Eerbeek beschrijft in deze roman de binnenvaart rond 1900, met daarin een hoofdrol voor een beurtschipper die door innerlijke conflicten in de knel komt. Vrijwel steeds zijn Van Eerbeeks personages mensen uit de kleine burgerij, opgevoed in de calvinistische traditie.

Van Eerbeek heeft, los van tradities en conventies, geëxperimenteerd met vorm en inhoud van de roman, daarbij vooral strevend naar het verwoorden van nieuwe levensinzichten en perfectie van de vormgeving. Slechts in enkele romans, Lichting '18 (1932) en Asuncion, het Spaansche Sprotje (1938), werkte Van Eerbeek met autobiografisch materiaal. In die laatste roman beschrijft hij de wereld van de Côte d'Azur, waar hij enige tijd voor zijn overlijden verbleef als kuur voor zijn longziekte.

Hans Werkman bezorgde een editie van Eerbeeks verhalen in Huis van bewaring, verhalen (2002).

 

Literatuur: Kritisch lexicon; Oosthoek; WP-lexicon; R. Houwink e.a.. J.K.van Eerbeek. 22 Juli 1898-5 November 1937 (1938); G. Kamphuis, ‘Over het werk van J.K.van Eerbeek’, in Opwaartsche Wegen 16 (1938-1939), p. 262-283; H.J. van Boekhoven, ‘Cirkels om J.K. van Eerbeek’, in: Ontmoeting 1 (1946-1947), p. 330-342; G.E. Mulder, ‘Perspectieven in het werk van J.K. van Eerbeek’, in: Ontmoeting 8 (1954-1955) 7, p. 196-207; R.G.K. Kraan, ‘J.K. van Eerbeek’, in: Uitgelezen 2. Reakties op boeken (1975), p. 15-21, 127-128; I. Cornelissen. ‘Borgtochtelijk lijden’. Het korte leven van J.K. van Eerbeek (1986); G. Mulder, ‘De religieuze dimensie van vergiffenis in het werk van J.K. van Eerbeek’, in: Liter 5 (2002) 21, p. 85-99.

 

G.J. van Bork
[nieuw, januari 2004]