[p. 32]
Een gheestelyck liedeken van lyden, op de wyse, Die de werelt yet wel besiet, &c.
- Al die willen contempleren
- Moeten hen ierst verneren,
- Door lijden worden nedergeboocht
- Want di Godt beminnen
- Sullen claerlijck kinnen,
- Dat die deuch int lyden wort ghetoocht.
- En Godts liefde in smenscen hert verhooght
- Een diepe oitmoedicheyt
- Met lijden ombeleyt
- Maeckt die ziel tot Godt bereyt.
-
- Acht u altijt die minste,
- Zyt iegelyck ten dienste,
- Die bijstant van u begheert.
- Hout u herteken stille
- Onder Godts liefsten wille,
- En zyt van gheen lyden verveert,
- Alle quade passien het verteert,
- Een diepe ootmoedicheyt
- Met lyden ombeleyt
- Maeckt die ziel tot Godt bereyt.
-
- Wilt Godt u lijden claegen,
- Hij salt u helpen draegen,
- Eest saelich hij salt u nemen af.
- Die zyn lyden wilt ontloopen,
- Het sal hem volgen met hoopen,
- Worpet al in Godt diet beteren mach.
- Estimeert die wellust min als een caff,
- Een diepe ootmoedicheyt
- Met lijden ombeleyt
- Maeckt die ziel tot Godt bereyt.
-
[p. 33]
-
- Dat hemels es, wilt smaecken
- Versmaet alle aertsche saeken
- Die de ziele van Godt vervreemt,
- Wij moeten doch alle sterven,
- Wildi den hemel erven,
- U lijden vanden handen Godts hier neemt
- U vleeschelijcke begeerten altijt tempt,
- Een diepe ootmoedicheyt
- Met lijden ombeleyt
- Maeckt die ziel tot Godt bereyt.
-
- Tes goet van lijden spreken
- Maer quaet daer inne steken
- Nochtans moet hier geleden zyn.
- Wij moeten ons neder drucken,
- Sullen wij die vruchten plucken
- Van paciencie in lijden fyn,
- Daer door dat wij ontgaen die eewige pyn
- Een diepe ootmoedicheyt
- Met lyden ombeleyt
- Maeckt die ziel tot Godt bereyt.
|