[p. 80]
Een gheestelyck liedeken, op die wyse No me digays, mal ay Madre.
- Myn ziele leeft nu in vreuchden,
- Inwendich in Godt gerust,
- Schickt u tot allen deuchden,
- U begherten met liefden blust.
- Syt altyt op u hoede
- Wat ghij peyst oft doet,
- Neempt alle dingen int goede,
- Met patientie in goeden moet.
- Die Godt den Heere soeken,
- Veel lydens es hen bereyt,
- In alle plaetsen en hoecken
- Sal tegen hen worden gheseyt.
- Is Godt uwen waromme,
- U saeken sullen wel gaen,
- Maer soeckt ghij u selven alomme,
- Ten sal niet langhe staen.
- Wilt u hertte stellen
- Op Godt gebenedyt,
- Met de werelt en wilt u niet quellen,
- Zy vergaet al metter tyt.
- Gheen meerder rust op aerden
- De mensche vinden en sal,
- Dan luttel onderwints aenveirden,
- En houden vrede overal.
- Al compter somtijts schade,
- Het moet gheleden zyn,
- Godt sal vroech en spaede
- Den vergelder zyn.
|