[p. 91]
Een schoon benedictie opden selven toon.
- O Cracht des vaders almachtich groot,
- Zijt in myn memorie gepresen,
- Dat ick ootmoedelyck tot in myn doot
- Godt mach ghedachtich wesen.
- Die wijsheyt des soons dat eewich woordt
- Blijve in myn verstant van binnen,
- Dat alle myn gepeysen nu rechtevoort
- Mijn sonden mogen verwinnen.
- De liefde van Godt den heyligen geest
- Wil mynen wille doorvlieten,
- Met zyn seven gaeven aldermeest
- Moet ick myn werken ghenieten.
|