[p. 117]
Een gheestelick liedeken, op den toon van het liedeken vande Stacade, die den prince van Parma dede maecken.
- O Jesus lief gepresen
- Mijns hertsen medecijn,
- Wilt mijn arm ziel genesen
- Sij leyt in grooter pijn,
- Bij u soeckt zij te zijn
- Gheen ander en can haer helpen,
- Metten liefsten wille dijn,
- Wilt mijn begeerte stelpen.
-
- Ick bid u om ghenaede,
- Gheen recht mij Heer en doet,
- Al coom ick int leste spade,
- Nochtans soo grijp ick moet,
- Dat u ghenade soet
- Mijn sonden sal bedecken,
- En dat u dierbaer bloet
- Sal wasschen mijn sondige vlecken,
-
- Heere aenhoort myn clachten,
- Mijn natuere valt mij rebel,
- Ick soude mij gaerne wachten
- Van des werelts valsch voorstel,
- Den vijant doet mij gequel,
- Hij loopt om mij te vinden,
- Als eenen leeu zeer fel,
- Soeckt hij mij te verslinden.
-
- Wilt mij Heer suyver maeken
- Van herten inden gront,
- Laet mij u liefde smaeken,
- Sij maeckt die ziele ghesont,
- En zij doet het pont
- Dwelck ghij hier hebt gegeven
- Dobbel winnen terstont,
- Ende naemaels deewich leven.
-
[p. 118]
-
- In u Heere sal ick hopen
- Ghy zijt dat opperste goet,
- U gracie die staet open
- Voor die penitencie doet,
- En die hier met ootmoet
- Hen sonden nu belijden,
- Die sullen met voorspoet
- Naermaels met u verblyden.
-
- En wilt niet langer beyden,
- Compt in mij Heer tes noot,
- En wilt van my niet scheyden
- In dure van mijnder doot,
- Door u genaede groot
- Ontfangt mij in uwen armen,
- Al ben ick van deuchden bloot,
- Wilt mijnder heer ontfermen.
-
- A M E N .
|