[p. 6]
Winter
's Winters gaan de meisjes
schaatsen op de baan.
In truien en in rokjes,
met warme wollen sokjes
en dikke wanten aan.
Wat denk je doen de jongens?
Ze zwieren op een rij
en schieten alle meisjes
kris kras, kris kras voorbij.
[p. 7]
De mannen en de vrouwen?
Die rijden aan een stok,
ze zwaaien met hun armen
- dat is om je te warmen -
de sterkste aan de kop.
Maar voor de hele oudjes
is 't ijs een beetje bar,
die dragen bonten mutsjes
en zitten in een ar.
Ze schudden met hun hoofdjes
over die dolle troep
en drinken in een tentje
een kopje hete soep.