[p. 10]
[p. 11]
Klein Klaasje en het paasei
Elke dag komt kleine Klaasje
langs de bakkersetalage,
maar nooit kan hij er voorbij:
hij moet kijken naar het ei.
't Is een ei met echte ramen,
drommen haasjes duwen samen
kiepkarren vol eieren voort
door de chocolade-poort.
Met in iedre poot een ruiker
danst een lammetje van suiker
uit de tuin door het portaal
naar de Paashaas in de zaal.
Op en af een ladder hippen
gele kuikentjes en kippen,
maar het mooist is bovenaan
de gespoorde gouden haan.
En die duifjes dan, die witte,
die zo zoet op 't nestje zitten
en die vlag daar in de top!
‘Vrolijk Pasen’ staat erop.
Toch vraagt met de Paas klein Klaasje
enkel om een suikerhaasje.
‘Want’, zegt hij, ‘dat wonderei,
is toch veel te groot voor mij.’