terug  begin  verderprepost
[p. 12]

Vijf mei

 
Als er eens een rover kwam,
 
die van jou je speelgoed nam,
 
die van jullie eten at
 
en in alle laden zat
 
en tot slot van jullie dak
 
ònze vlag van rood-wit-blauw
 
naar beneden halen zou
 
en vertrappen met de hak
 
van zijn grote spijkerschoen,
 
wat, vraag ik, zou jíj dan doen?
 
 
 
Vechten zou je met je handen,
 
met je voeten, met je tanden.
 
Alle vriendjes die je had,
 
vochten mee zo hard ze konden,
 
tot die rover vastgebonden
 
in een hok gevangen zat.
 
Ha, het huis was weer van jou,
 
mèt de vlag van rood-wit-blauw!
 
 
 
Eén keer is het echt gebeurd:
 
't hele huis vol spijkerhakken,
 
onze vlag kapotgescheurd.
 
Maar we kregen ze te pakken.
 
Net als jullie zouden doen,
 
vechten, vechten, alle dagen,
 
deden hier de mensen toen,
 
tot de vijand was verslagen.
 
 
 


illustratie

 
Met de mei-lucht blinkend-blauw
 
boven Nederland en jou,
 
met de vlag weer hoog in top,
 
- want die boze droom is over -
 
zeg ik toch: pas op, pas op,
 
want een rover blijft een rover.
 
Luister maar, z'n spijkerhakken
 
hoor je vlakbij al weer klakken...
[p. 13]
 


illustratie

prepostterug  begin  verder