[p. 177]
Laatste woorden
‘Eer tijd wee en wel somm',
Heel ons deel,...
Dood is rust en welkom
Na blijdschap veel.
Gun mij, liefde, éen blik naar
De andre zij:
Droefheid wacht éen snik maar,...
Dan ben 'k weêr blij.
Alle blijdschap levenslang
Kwam van u.
Ach, hoe leed in gevens drang
Arm hart naar u!
Rijk blijft ge,... al het rijk mooi
Dat ge gaf,
Mag ik, warmsten lijktooi,
Nemen u af?
Zie mij aan tot ziel staat
Oop'n in lach:
Hoe dieprijke kiel gaat
Onder doods vlag.
Straal nog even - ween dan -
Oog in vlam;
Neem de zon niet heen van
't Geschoren lam.
Zooals wereldsch kind aan
Jeugds festijn
Dagelang vreugd vindt aan
Spiegels weêrschijn,
[p. 178]
Was 't alleven al mijn
IJdelheid
In uw ziels kristal mijn
Lach zien weêrblijd
Heel den korten dageschijn
Tot nachts val:
Zie ten hoogfeest draag ik mijn
Juweelen al.
Als mijn mond nog glimlacht,
Kuss' hem dood,...
Koom' wat achter kim wacht,
Na 't avondrood.
Ziel voer zoo verheugd heen,
Kon ze in 't licht
Van onze aardsche vreugd treên
Voor Gods gezicht.’