terug  begin  verder

[p. 179]

In den nacht

 
Voor nachts sterreheldere geboden
 
Buigt der dagen wil -
 
Zuchten zouden dringen tot de goden:
 
Al is stil.
 
 
 
Onder witten hemelbloesem
 
Dagebrand
 
Stervende asch, bezonken droesem
 
In mijn hand...
 
 
 
God wat eenzaam-lange zalig-bange
 
Weg is mijn,
 
Voor dit brandend hart te langen
 
Medicijn!
 
 
 
Eindelooze rij van lichten
 
Wijst het pad -
 
Zal ziel immer gaan door stralende gedichten
 
Tot haar schat?

terug  begin  verder