[p. 180]
Laat mij nimmermeer...
Laat mij nimmermeer berusten,
God dien 'k niet met namen zeg:
Uw verlangens zeekre lusten
Neem niet van mijn lippen weg.
Van Uw zoeten honger weet ik
Jarenlang mijn maal bereid,
Van Uw gouden wanhoop leed ik
De eindelooze heerlijkheid...
Vreugd moet van den hemel dalen
Als de regen in den nacht,
Vullen vlakke en diepe schalen
Boordevol en onverwacht.
Die kan dood en leven geven,
Vult den hartediepen nood
Met het vreugdevolle leven,
Met den vreugdevollen dood.