[p. 207]
Haat
Heb ik op ons lange reizen
Ooit mijn liefde nog verzwegen?:
Stille kinderen en blijde grijzen
Hebben steeds haar gulden groet gekregen.
Wil der ziel heur ander zwijgen laten,
't Blanke kleed van hoofd tot voeten,...
Weet gij niet dat zij alleen kan haten
Wat zij eenmaal zal beminnen moeten?
'k Zeî zoo graag mijn haat en liefde samen,
Zon die door de wolken breekt,
Als de donkre dag zijn helder amen
Ginds op avondheuvlen spreekt.