[p. 231]
Op den top
Had ik maar vooruit geweten
Hoe het diepst en donkerst lijden
Toch voor vreugde wordt vergeten -
Had ik maar vooruit geweten
Hoe de vrije goden meten
Smarten òm in nieuw verblijden -,
Broederen die waart gebleven
In de hoven langs de wegen:
Smart had nooit een woord gekregen
Anders dan de blijde wijzen
Die ons jong en heilig weten
Zong op zijne prille reizen
In den opgang van het leven:
Geen van ons was God vergeten,
En de gouden wolken dreven
Als onze eigene gepeizen
Over aardsche paradijzen.
Eeuwger vreugden helle vlieten
Vullen hemelsche verschieten:
Heb ik u voor altijd weder,
Die getroost als vrome knapen
In uw glimlach waart gaan slapen?
Heb ik u voor altijd weder,
Gij die enkel hebt gewacht
Tot het einde van den nacht?