terug  begin  verder

[p. 235]

Liefdes uur

 
Hoe laat is 't aan den tijd?
 
Het is de blanke dageraad:
 
De diepe weî waar nog geen maaier gaat,
 
Staat van bedauwde bloemen wit en geel;
 
De zilvren stroom leidt als een zuivre straat
 
Weg in het nevellicht azuur;
 
En morgens zingend hart, de leeuwrik, slaat
 
Uit zijn verdwaasde keel
 
Wijsheid die geen betracht en elk verstaat,
 
Vreugd zonder maat,
 
Vreugd zonder duur...
 
Hoe laat is 't aan den tijd?
 
't Is liefdes uur.
 
 
 
Hoe laat is 't aan den tijd?
 
De zon genaakt de middagsteê:
 
In diepte van doorgloede luchtezee
 
Smoort de akker onder 't bare goud;
 
De vonken sikkel snerpt door 't droge graan;
 
De schaduw krimpt terug in 't hout;
 
In hemel- en in waterbaan
 
Geen wolken gaan;
 
Alleen de wit-doorzichte maan
 
Blijft louter in het blauwe hemelvuur...
 
Hoe laat is 't aan den tijd?
 
't Is liefdes uur.
[p. 236]
 
Hoe laat is 't aan den tijd?
 
't Is de avond: in zijn rosse goud
 
Wordt schoon en oud
 
Der wereld dagehel gezicht;
 
Snel aan den hemel valt het water van het licht;
 
En al de windestemmen komen vrij;
 
De laatste wagen wankelt naar de schuur;
 
De dooden wenken aan den duistren Oostermuur;
 
En boven glansbeloopen
 
Westersche schans in groene hemelweî
 
Straalt Venus' gouden aster open
 
Zoo plotseling en puur...
 
Hoe laat is 't aan den tijd?
 
't Is liefdes uur.

terug  begin  verder