terug  begin  verder

[p. 247]

Heidelberg

 
Dan is mij meest dit schoone leven lief,
 
Als zóo bewust en onbewust verglijden
 
In éen tot dit verdiepte perspectief,
 
Verzaligd leed of smart-ontroerd verblijden:
 
 
 
Mijn venstren oopnen op het onverwacht
 
Heiligend licht van vlekkeloozen morgen;
 
Een gouden ster valt door den zilvren nacht;
 
Uit stilte slaat de nachtegaal verborgen;
 
 
 
Donkergeheime bloemen wiegen, oogen,
 
Boven den weemoed van een vrouwemond;
 
Een jonge bader leent aan de onbewogen
 
Zuivere klaarte van den avondstond; -
 
 
 
Nu op de groene hellingen getogen
 
Weêrzijds haar bruggenoverlijnden stroom
 
Die onder ons zwalpt door de steenen bogen,
 
Een Duitsche stad als een gekleurde droom.

terug  begin  verder