|
|
|
| |
| | | |
Cavalcanti
Het kunstenaarschap van Alberto Cavalcanti geeft aanleiding tot de vraag, welke
elementen voor de film essentieel zijn, welke tot het gebied
van de filmstijl behoren te worden gerekend. Wanneer men dit
werk met termen uit de geschiedenis der andere kunstvormen wil bepalen, kan men
zeggen, dat het volstrekt impressionistisch naar de vorm en volstrekt
anti-merikaans naar de inhoud is. Ook hier is het geraden de problemen van vorm
en inhoud te scheiden. Immers: een revolutionnair van de vorm is Cavalcanti
geenszins, een zelfstandige naar de inhoud is hij zonder enige twijfel. Wij
vinden in Rien que les Heures, in En Rade,
tenslotte zeer tekenend in de kleine burleske La Petite Lilie,
nauwelijks iets anders, dan een picturale, dromerige, op zijn best lyrische, op
zijn slechtst slaperige uitwerking van fotografische resultaten, die reeds vast
staan, die niet de schokkende emotie oproepen van een roerige omwenteling; zelfs
in het fragment Le Train sans Yeux, een voorbijflitsende
cauchemar van snelheid, ontbreekt de originaliteit van de vorm, die Cavalcanti
tot een hervormer van geheel enige betekenis zou moeten stempelen; het is een
geperfectionneerde omwerking van Gance's La Roue, een
snelheidsvisie, die met betrekkelijk conventionele middelen bereikt wordt.
Typisch impressionisme, deze beide uitersten van de figuur Cavalcanti: zijn
glijdende urenwisseling in de metropool Parijs, zijn razende opeenvolging van
genoteerde realiteitsmomenten uit de stormende treinrit! Een impressionisme, dat
zijn veelzijdige mogelijkheden weet uit te buiten, maar steeds gebaseerd blijft
op de sterke, passieve onderwerping aan de natuur, aan het gangbare beeld, aan
de schilderachtige realiteit. De gehele Cavalcantistijl ademt weekheid,
onmanlijkheid, romantiek, wereldvervaging. De film wordt niet losgerukt uit de
successie der beelden; mo- | | | | menten en stemmingen vallen als
schaduwen over elkaar heen, zonder dat de illusie ontstaat, dat men in een
ontembare stroom verzeild is, zonder dat men meegenomen wordt als in Potemkin. Uit het instrument film put Cavalcanti, om een
paradox te gebruiken, een statische dynamiek; het beeld wordt niet van zijn
beeldwaarde ontdaan en louter als vliedend punt gebruikt, maar om eigen
schoonheid gecultiveerd en enige ogenblikken vastgehouden en bewaard.
Is deze houding tegenover het materiaal strijdig met de film?
Ik ontken het. Men moet al buitengewoon dogmatisch bevangen zijn, als men deze
eigenaardige mentaliteit als ‘niets bijzonders’ wil verwerpen. Alleen door de
vorm, als techniek, belachelijk te overschatten kan men op deze goedkope wijze
met Cavalcanti afrekenen. Laten wij vooropstellen, dat de film
een abstractie is en geen aanschouwelijkheid. Niemand kent de
film; wij kennen alleen films. Uitdrukkingen als: ‘Daarheen moet het met de
film’ zijn strijdbare hulpmiddelen, maar geen zuivere definities. Daarom is deze
film, die zich van de cinegrafische expressie bedient (en Cavalcanti doet dit
zeker, getuige zijn minimaal aantal tussentitels, die het dynamisch beeld
vrijwel volledige autonomie gunnen), afgezien van alle stijlverschil, een
bepaling waard. Het stijlverschil komt in de tweede plaats. Terwijl nu
Cavalcanti in zijn vormgeving geen andere onderscheiding toekomt dan deze, dat
hij de gangbare vorm veredelt, mag een tweede waardering, naar de inhoud, hem
niet onthouden worden. Dat hij de vorm veredelt, wil zeggen,
dat de vorm voor hem een nieuwe symbolische waarde heeft. Het is niet hetzelfde,
of de eerste debeste amerikaanse regisseur een picturaal stemmingsbeeld schept
dan wel de cineast Cavalcanti. De betekenis van de film ligt tussen de beelden,
niet in het beeld. Of: het beeld is aanleiding tot cinegrafische schoonheid,
terwijl pas de samenhang der beelden de waarde van een film bepaalt. In deze
samenhang, die geen vraag is van techniek (zichtbare materiaalbeheersing), maar
van een alleen door de techniek gesymboliseerde verhouding tot
de wereld, ligt de betekenis van Cavalcanti; in deze samenhang verwerkelijkt
hij, die uiterst verdraagzaam tegenover de amerikaanse perfectie der fotografie
staat, een | | | | ultra-anti-amerikaanse verhouding tot de door hem
verbeelde wereld. De onmiskenbare tekenen daarvan zijn een overwegend
beschouwende, van grote dramatische wendingen afkerige dispositie en een
bijzondere voorliefde voor de sfeer. Rien que les Heures is
niets dan sfeer; En Rade is sfeer met enige in het voorbijgaan
aangeroerde menselijkheden; het fragment Le Train sans Yeux
boeit uitsluitend door de sfeer van razende snelheid, en La Petite
Lilie, het vrijwel mislukte grapje, heeft als enige verdienste:
omzetting van een zwaar-moorddadige peripetie in de burleske sfeer!
Le Train sans Yeux en La Petite Lilie zijn
niet de eigenlijke Cavalcanti. Zij zijn proefnemingen met het materiaal, in Le Train sans Yeux fotografisch, in La petite
Lilie wrang-humoristisch. Maar de Cavalcanti, die een figuur geworden
is, spreekt zich uit in Rien que les Heures en En
Rade, een slepende dag te Parijs, een eindeloos leven in de havens van
Marseille. Rien que les Heures blijft daarom het sterkste werk
van deze cinéast. Het laat die traagheid toe, omdat het geen persoonlijk ‘drama’
inhoudt, slechts een compositie van tot stadsbeeld geworden drama's. Het vestigt
niet de aandacht op één mens, zoals En Rade herhaaldelijk;
alleen de langzaam lijdende stad, waarvan de mensen de onverantwoordelijke
ledematen zijn, rekt zich, ontwaakt, leeft op, om opnieuw in te slapen. Wat
Hériat en Cathérine Hessling (in En Rade) als individuen niet
dragen kunnen, dat draagt de stad Parijs: de voortdurende vrees voor de
snelheid, het aanhoudend remmen van vaart, waardoor Cavalcanti's filmstijl
schijnt bepaald te zijn.
Al dit werk is vol fouten. Men herinnere zich slechts de schilderijen uit Rien que les Heures, de interieuren van nietszeggende
rommeligheid uit En Rade, tenslotte de gehele opzet van La Petite Lilie, dat niet veel meer dan gefotografeerd toneel
is en min of meer primitief de illusie van filmirrealiteit door een schemerig
net tracht te bereiken. Er is geen sprake van de overstelpende volmaaktheid,
waarmee sommige russische meesters weten te treffen. Maar het bezit één
eigenschap, die veel doet vergeven. Cavalcanti zoekt in zijn twee grote werken,
op zijn manier, naar de waarheid, dat | | | | de film geen snelheid is, maar zich slechts van de snelheid bedient ... desnoods om een eindeloze stilte te suggereren, desnoods om
uit 2000 meter celluloid één koepel van zwijgen op te bouwen. Enkele malen háált
Cavalcanti dit spel met de dienstbare techniek; vooral wanneer hij met de
gezichten zijner acteurs zijn dromerig en peinzend, bijna wijsgerig te noemen
levensgevoel in het beeld vertaalt. Dat er nauwelijks een grens bestaat tussen
deze beschouwende houding en verveling, bewijst ook Cavalcanti's werk; maar zijn
orthodoxe bestrijders nemen niet de moeite die grens vast te stellen. ... De
films van Cavalcanti zijn niet, zoals b.v. die van Robert Wiene, in wezen
strijdig met de expressiemogelijkheden der cinegrafie. Zij vertegenwoordigen de
impressionistische, romantische filmstijl: een stijl, die men beminnen kan of
niet. Als reactie op de eigenmachtige techniek en de snelle, harde zakelijkheid
is het levensgevoel, dat zich hier uitspreekt, echter aanvaardbaar en
belangrijk. Wij zeggen niet, dat de film deze richting kiezen
moet. ...
|
|
|