Waar halen we dat vandaan? Willen we terug naar een vroegere zg. harmonie? Verdenk de schrijver niet van enig romantisch heimwee naar artisanale, patriarchale middeleeuwen met kleurig geklede poorters die volksdansen uitvoeren rond de meiboom, na het nuttigen van geuze-Iambik en Lierse vlaaikens. Er is geen ‘terug’ aan de dagorde! Wij kunnen niet terug!
Geen ‘terug naar de natuur’ is mogelijk, geen ‘terug naar de mens’ zelfs heeft zin, want de mens, noodzakelijk gemaakt door de ontwikkeling van techniek en wetenschap, is een nieuwe mens, die uit een
schil van dodende denkpatronen moet ontbolsterd worden wil hij er niet in stikken.
Wil een organisme blijven leven, dan is er een akkoord - dat ook strijd kan zijn - nodig tussen levensmilieu en het organisme zelf, een aanvaarden van een milieu! Dan is er een duidelijk doel nodig, dat alle aktie zin geeft en dit leven aanvaardbaar maakt, een definitie van het geluk! Dan is een aanvaardbare en aanvaarde plaats van het individu in de gemeenschap noodzakelijk, wil het gemeenschapsleven niet uiteenvallen tot een slechts met dwangmaatregelen beheerste anarchie.
Een maatschappelijke wanorde die voor ieder bewust denkend lid der gemeenschap slechts absurd kan genoemd worden, is tot ondergang gedoemd, omdat het geheel van denken en doen in tegenspraak komt met de aan het leven inherente eigenschappen die een positieve evolutie bepalen.
Het begrip geluk nu is ineengestort in een algemene en algehele begripsverwarring, en dit werkt door tot in de organizatie en gestalte van ons levenskader zelf. De scherven waarin het levenskader uiteenviel, zijn de scherven van ons geloof in de aanvaardbaarheid van het leven rondom ons; de wanorde inzake urbanisme, produktieplanning, of liever de afwezigheid van werkelijke ordening, waartoe het neo-kapitalisme niet bekwaam blijkt, hoe gaarne het zich ook met de pluim planning tooit; de onsamenhangendheid van ons bouwen, de hele zenuwslopende, de waardigheid kwetsende vormenkakofonie die ons land - en dit moet ons als Vlamingen toch in de eerste plaats aanbelangen - maakt tot het lelijkste land ter wereld!
Dit Vlaanderen, met de mensen zoals ze erin rondkrabbelen als kreeften in een mand, is de overtuigendste demonstratie van de absolute noodzaak van een prompte en diepgaande vernieuwing, vanaf het materiële geheel van ruimte en equipement, tot de verhoudingen der be-
woners onderling en tot wat zich in de hoofden van die inboorlingen afspeelt.
Is het er dan zo erg mee gesteld? Overdrijven we niet vanuit een soort complex van afgewezen liefde, een minderwaardigheidscomplex tegenover grotere volken? Ik meen van niet en wil er u van overtuigen, niet om gelijk te halen, maar omdat men op een zinkend schip alle hens aan dek roept om samen te pompen en niet te verdrinken.
Ik vraag dus verder uw aandacht om meer systematisch na te gaan wat er hapert en vanuit bovenstaande probleemstelling misschien te komen tot konkrete voorstellen en eisen.