Het is in deze tragische vuilnisbak nu dat wij in welvaart baden.
Welke welvaart?
Dat is gauw gezegd: de beschikking, ten koste van hard werk, over de ersatzen van die essentiële levenswaarden welke de moderne stad ons doet ontberen.
Waarom hebben wij de auto, het status-symbool, nodig? Omdat de uitgestrektheid en ordeloze uitbreiding der agglomeraties in laagbouw de afstanden zo groot maakt, dat mechanisch verkeer onvermijdelijk is. Daar echter het systeem van publiek verkeer onrationeel, traag en de mens onwaardig is, - zie maar de trams en autobussen te 12 en te 18 u. - geven we, indien we dat enigszins financieel kunnen bolwerken, de voorkeur aan de individuele wagen, die ons brengt waar we zijn moeten.
We zijn echter niet alleen met deze idee en het zakencentrum en de meeste werkgelegenheden liggen in het centrum, of moeten langs het centrum worden
bereikt. In het centrum is de ruimte waar het meeste verkeer komt, het meest beperkt. Dus katastroof! Wonen we in de ontzaglijke huizenkoek, dan hebben we de auto nodig om 's zaterdags en 's zondags naar de zgn. vrije natuur te kunnen ontvluchten. Ofwel gaan we in die vrije natuur wonen, om ze zo allengs te vernietigen.