Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde


auteur: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden


bron: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde. L.J. Veen, Amsterdam 1888-1891  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Albertus Samuel Carpentier Alting]

Alting (Albertus Samuel Carpentier), zoon van den vorige, geb. 30 Dec. 1837 te Purmerland, werd in 1862 pred. te Colmschate, in 1865 te Dokkum, in 1882 te Hoorn en is thans pred. in Ned.-Indië.

Hij schreef: De beteekenis der Nieuwere Bijbelbeschouwing in voorbeelden aangewezen, Dev. 1867; Een apostel der humaniteit, (Lessing), Huisbibl., 1867; Het huwelijk (volksvoordracht), Amst. 1870; Gesch. van den Duivel, vrij bew. naar G. Roskoff, Gron. 1873; de godsdienst der toekomst, Leiden 1886. Verder gaf hij eenige theol. brochures, vertal., opst. en verhand. uit, en was hoofdred. van Oostergoo, Alg. Nieuwsblad, waarin de hoofdartikels over staat- en letterkunde meest allen van zijne hand zijn. Van 1867 tot '82 was hij hoofdred. van het te Dokkum versch. tijdschr.: de Nieuwe Richting in het leven. Bovendien schreef hij in het Godsd. Album het Morgenlicht, de Jaarb. der Maatsch., van Weldadigheid, het Jaarb. van den Nederl. Vredebond, enz.