Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde


auteur: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden


bron: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde. L.J. Veen, Amsterdam 1888-1891  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Anna Bijns]

Bijns (Anna), de gevierde dichteres, was dochter van een kousenmaker en werd, volgens hare eigene verklaring, ten jare 1494 te Antwerpen geb. in het huis de kleine Wolvinne, thans nummer 46 op de Groote Markt. Van drie kinderen was Anna het jongste; haar broeder Marten, de eerstgeborene der drie, werd schoolmeester, welk ambt ook onze dichteres zou uitoefenen. Gedurende hare beste jaren had zij geleefd van de erfenis harer ouders; maar omstreeks het einde van 1536 was zij genoodzaakt onderwijs te gaan geven. Zij betaalde toen 2 schellingen 6 grooten om in de schoolmeestersgilde te worden aanvaard en begon hare lessen te geven in haar huisje het Roosterken, dat nu in de Keizerstraat het nummer 61 draagt. Onmogelijk kon hare school druk bezocht worden; want de begaafde meesteresse woonde en gaf hare lessen in een der kleinste huizen van de stad Antw. Alhoewel zij met het onderwijzen der jeugd zoo min als met hare dichterlijke pennevruchten fortuin maakte, werd zij op haar zeven en veertigste jaar toch eigenares van het door haar bewoonde huisje het Roosterken. Den 24n Mei 1541 kreeg zij het te erven van Mr. Jan van Severdonck, priester en kapelaan der Onze-Lieve-Vrouwenkerk van Antw. Dat Anna Bijns veel levensgeluk genoot, is te betwijfelen. Zij leefde tot op haren ouden dag alleen en hare kenspreuk luidde: Meer suers dan soets. Niettemin verwierf zij als dichteres veel roem. In haren tijd noemde men haar de Brabantsche Sappho. Stellig bekleedt zij den eersten rang onder de dichters die vóor en in hare eeuw het licht zagen. Hare beeldrijke taal is, voor dien tijd, bijzonder zuiver en zoo gespierd en ingrijpend, dat zij den hedendaagschen lezer nog in vervoering brengen kan. Tevens had zij eene levendige en echt dichterlijke verbeelding. Hare verzen waren geen rijmend proza, zooals bij vele der toenmalige rijmelaars van Rethorica, maar zij hadden eenen eigenaardigen en goed volgehouden kadans, waarbij het rijm steeds ongekunsteld en soms met kwistigen overvloed gebruikt wordt. Anna Bijns was eene overtuigde Roomsch-Katholieke. Tegen de in haren tijd opko-

[p. 66]

mende hervormers en vooral tegen hun aanvoerder Maarten Luther, valt zij dan ook hevig uit in een referein, dat niet ten onrechte voor haar meesterstuk wordt gehouden. Hare kundige pen schijnt tusschen de jaren 1520-1540 het meest werkzaam te zijn geweest. Niettemin leefde zij nog lang nadien, want op 26 Nov. 1573 verklaart zij ‘alnoch ongehulict, out omtrent LXXX jaeren’ te zijn en maakt zij haar gansch vermogen aan zekere echtgenooten Adolf Stollaert en Anna Boots, op voorwaarde haar gansch te onderhouden, daar zij is ‘een oude vrouwe ende nyet en soude connen gewesen, deur heure outheyt, sonder joncwyve.’ Eerst op den hoogen leeftijd van tachtig jaren hield Anna Bijns op aan de jeugd hare lessen te geven. Zij ging toen in de Lange Nieuwstraat, bij de familie Stollaert, op lijfrente wonen. Echter mocht zij niet lang van hare rust genieten; want reeds den 10 April 1575 werd zij, met een ‘schellijk’ of allergeringsten burgerlijkdienst, in het Onze-Lieve-Vrouwenkerkhof begraven. Was de geniale dichteres, de onverschrokken wreekster van het oude Roomsch-Katholiek Geloof, in dien tijd van zegepraal der Hervorming, bijna als vergeten ten grave gedragen, hare meesterlijke refereinen zouden niettemin de onsterfelijkheid genieten.

De eerste bundel harer gedichten, welke zij in den vollen bloei harer jeugd schreef, verscheen onder den langen eigenaardigen titel: Dit is een schoon ende suverlijc boecxken inhoudende veel scoone constige refereinen vol scrifturen ende doctrinen van diveerscen materien na wtwisen der regelen als hier int register navolgen seer wel gemaect van der eersame ende ingeniose maecht Anna Bijns subtilic ende retorijckelic refuterende inder warachticheyt alle dese dolingen ende grote abusyen comende wt de vermaledide Luterice secte, de welcke niet alleene van allen doctoren ende universiteyten mer ooc vander Keyserlijcke maiesteyt rechtverdelyc gecondemneert is. Gheprint Tantwerpen op dye Camerpoortbrugghe. Inden schilt van Artoys. Bi my Jacob van Liesvelt, Int jaer ons heeren M.CCCCC. XXVIII den IX dach in Oostmaent. Deze dichtbundel werd herdrukt te Antwerpen In den gulden Eenhoren buyten die Camerpoorte by mi Willem Vorsterman. Int jaer ons heren M.CCCCC. ende XLI, den achtsen dach van September, cum gratio et Privilegio. In 1548 verscheen het onder den gewijzigden titel: Het yerste boeck inhoudende veel scoone constige refereinen, enz. Gheprint Thantwerpen in den gulden Eenhoren, buyten die Camerpoorte by Marten Nuyts. Meteenen verscheen toen: Het tweede Boeck vol schoone ende constige Refereynen vol scrifturen ende leeringhen van menigherhande saken na wtwijsen der regulen die hier int register navolghen seer subtijlijck ende Rethorijckelijck ghemaeckt van der eersame ende verstandighe maecht Anna Bijns seer treflijck straffende alle Ketterijen ende dolinghen van desen onsen tijde. Gheprint Thantwerpen in den gulden Eenhooren by Marten Nuyts gheswooren printer by Keyserlijcke gracie ende Privilegie. Terwijl deze gedichten in 1564 en 1565 herdrukken beleefden, verscheen het derde gedeelte der Refereinen onder den titel: Een seer scoon ende suyver boeck, verclarende die mogentheyt Gods, ende Christus ghenade, over die sondighe menschen. Daer boven die warachtighe oorsake van der plaghen groot die wy voor ooghen sien, met veel scoone vermaninghe, totter duecht, bewijsende dat een oprecht gheloove, met een nieu leven in Christo is, den rechten wech, om Gods toorn van ons te keeren, hier pays te vercrighen ende hiernamaels het eewich leven, ghemaect met grooter const, door die eerwerdige Godvruchtige Catholijcke, ende ser vermaerde maghet Anna Bijns, in den oprechten Gheest Christi, seer hooghe verlicht woonende binnen Antwerpen ende die Jonckheyt instruerende in het oprechte Catholijck gheloove. Nu eerst int openbaer gebracht door B. Henrick Pippinck, Minister Provinciael, van deser Nederduytslanden, tot Christus eere, ende salicheyt der menschen, alle te samen. Gheprint Tantwerpen by Peeter van Keerberghe op onzer Vrauwen Kerchof in de gulden Sonne. Anno M.D.LXVII. Nog andere herdrukken der gedichten van Anna Bijns verschenen te Antw. in de jaren 1602, 1611, 1620, 1623, 1646 en 1668. Daarna werden zij eerst in onzen tijd heruitgegeven onder den titel: Refereinen van Anna Bijns, naar de nalatenschap van Mr. A. Bogaers, uitgegeven door Dr. W.L. van Helten, Rotterdam, J.H. Dunk, 1875, en nieuwe Refreinen van Anna Bijns, uitgegeven door Dr. W.J.A. Jonckbloet en Dr. W.L. van Helten. Eerste stuk, Gron., 1880 (niet verder verschenen). De laatste uitgave van gedichten der beroemde Antw. dichteres bezorgde de Maatschappij der Vlaamsche Bibliophilen met den titel: Nieuwe refereinen van Anna Bijns, benevens enkele andere Rederijkersgedichten uit de XVIe eeuw, uitgegeven door wijlen Dr. W.J.A. Jonckbloet en Dr. W.L. van Helten, Eerste stuk, Gent, 1886.