Hij gaf met de Laet en Conscience de Noordstar uit, in welk tijdschr. hij plaatste: Moed en geduld, 1840; De dood van Filips de Tweede, phantastisch tafereel, 1840; Eene zedenschets, 1841: Het geluk eener Koningin, een historisch verhael, 1841; De dooden spreken niet meer, verhael (1669), 1842. Verder schreef hij: De echte Sinjoor, in den Muzenalmanak van 1843, en De slag van Austruweel in de Vlaamsche Letterbode van 1844.