Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde


auteur: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden


bron: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde. L.J. Veen, Amsterdam 1888-1891  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Frederik van Eeden]

Eeden (Frederik van), zoon van den voorg., geb. te Haarlem 3 April 1860, ontving twee jaar onderricht in de Haarl. hbs., doch door oogziekte genoodzaakt, verwisselde hij deze opleiding met bijzondere lessen om tot de acad. studiën voorbereid te worden. Van 1878 studeerde hij te Amsterdam, prom. aldaar in 1886 en woont thans als geneesheer te Bussum.

Hij schreef: Het rijk der wijzen, tooneelspel (in het tijdschrift Nederland verschenen), 1880; Het sonnet, blijspel in 3 bedr., 's-Hage 1883; Frans Hals, historisch, anachronistisch kluchtspel in 3 bedr., ald. 1884; Het poortje of de duivel in Kruimelberg, blijspel in 5 bedr. en een voorspel, 's Hage 1884; De kleine Johannes, eerst in De Nieuwe Gids, daarna afzonderlijk uit-

[p. 227]

gegeven, 's-Grav. 1887; De student thuis, blijspel, Amst. 1886; Don Torribio, komoedie, in De Nieuwe Gids, 1887. Van dit tijdschrift, waarin zijne littéraire opstellen, verzen, enz. worden gevonden, is hij een der oprichters.