Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde


auteur: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden


bron: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde. L.J. Veen, Amsterdam 1888-1891  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Andries Hendrik van Hasselt]

Hasselt (Andries Hendrik van), geb. te Maastricht 5 Jan. 1806, studeerde aan het Atheneum zijner vaderstad en vervolgens aan de Hoogeschool van Luik, welke hem den titel van doctor in de rechten schonk. Van 1827 tot 1832 vestigde hij zich als advocaat te Maastricht, maar in 1833 werd hij beambte der Burgondische Bibliotheek te Brussel. Den 11 Nov. 1842 verwierf hij den titel van provinciaal opziener van het lager onderwijs te Antwerpen en reeds twee jaren later dien van bijzonderen opziener der Normaalscholen. In die bediening overl. hij op 1 Dec. 1874 te Sint Joos-ten-Oode, bij Brussel.

Behalve eene menigte Fransche dicht- en prozawerken en vertalingen uit het Nederlandsch en het Duitsch, schreef hij in de moedertaal: Gedichten, in het Muzenalbum, terwij hij afzonderlijk uitgaf: De Zon, Dithyrambe, Rott. 1825; Het gouden Boeksken, Gedichten voor kinderen, Brussel 1845.