Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde


auteur: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden


bron: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde. L.J. Veen, Amsterdam 1888-1891  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Anna Maria Moens]

Moens (Anna Maria), geb. te Hoorn 31 Aug. 1777, opende in 1801 eene inrichting voor opvoeding van jonge dames op Wijhezigt bij Wijhe, verwierf eershalve eene buitengewone akte van toelating als schoolonderwijzeres bij regeeringsbesluit van 29 Maart 1817, en in Mei van 't volgend jaar bracht zij hare inrichting over naar den huize Kernheim bij Ede. In 't begin dezer eeuw had zij omgang met Feith; later onderhield zij briefwisseling met hare naamgenoot Petronella, die verkeerdelijk hare bloedverwant geacht wordt, schoon de vriendinnen elkander als nichten betitelden. Zij overl. op Kernheim 10 Maart 1832.

Schr.: Dichterl. bespiegelingen over Gods voorzienigheid, den dood, het graf, de opstanding en andere zedelijke onderwerpen, Amst. 1795; Beschr. van het godsd. en zedel. karakter van J.C. (door 't Nut bekroond), 1797; Zedek. schoolboek, (id.), 1799; Dichterl. proeve over de vriendschap en het wederzien, Amst. 1802; Iets ter

[p. 523]

ged. van Lavater, Gron. 1804; Tafer. van eene christel. opvoeding, Amst. 1822. Zij is ook de dichteres van Ev. gezang, 183.

(Jaarb. Cornelia, 1871.)