Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde


auteur: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden


bron: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde. L.J. Veen, Amsterdam 1888-1891  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Isaak van Rennes]

Rennes (Isaak van), geb. te Utrecht 13 September 1844, genoot drie jaar lang het vormend onderwijs van den hoogst bekwamen instituteur J. Liese, en werd na deze, met dankbare herinnering ontvangen, opleiding, volontair bij de Rijnspoorweg-Mij., bleef daarbij meer dan 25 jaar werkzaam, werd correspondent van verschillende dagbl. en vestigde zich daartoe te Amst. Als correspondent van de Nieuwe Rott. Ct. zijn zijne verslagen van den gemeenteraad en schetsen van Utrecht, toestanden en zeden het meest bekend. In het weekblad De Amsterdammer verschenen van zijne hand uit Utrecht wekelijksche brieven en ook uit Amsterdam was hij een ijverig medewerker aan dit weekblad, zoowel onder eigen naam als onder verschillende psdn, o.a. Jan van 't Sticht. Begon eerst op 32jarigen leeftijd te schrijven. Zijn eerste letterk. proeve vond plaatsing in Europa onder den titel: Herinnering aan een gestorven rederijker (ook opgenomen in een later verschenen bundel ‘In huis en op straat’, Utrecht 1881, 2e druk, Zwolle 1888). Korten tijd daarna werd hij correspondent der N. Rott. Ct., waarvoor hij nog steeds werkzaam is. In de Amsterd. Courant verschenen van hem enkele schetsen en signalementen van eenige leden van den Amst. gemeenteraad, alsmede humoristische raadsverslagen. Voorts bevatten sedert 1887 het Utr. Dagblad en De Avondpost geregeld brieven en schetsen van zijne hand en in de laatste maanden ook het Bataviaasch Nieuwsblad. Vroeger redacteur van de Stichtsche Courant (thans Utrechtsche Courant), schreef hij daarin, behalve wekelijksche samenspraken tusschen Hoppe en Baars, tal van schetsen over de maat-

[p. 645]

schappelijke verhoudingen in de stad zijner inwoning. Behalve het reeds genoemde In huis en op straat, zagen nog 't licht: Vonken en Vlammen, Utrecht 1887; Om ons heen, Amst. 1888; Een huishouden van Jan Steen, Amst. 1890.