Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde


auteur: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden


bron: J.G. Frederiks en F. Jos. van den Branden, Biographisch woordenboek der Noord- en Zuidnederlandsche letterkunde. L.J. Veen, Amsterdam 1888-1891  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[Antoon Leonard de Rop]

Rop (Antoon Leonard de), geb. 25 Oct. 1837 te 's-Gravenhage, uit een Vlaamschen vader en eene Haagsche moeder, werd voor het onderwijs opgeleid door ‘meester’ Adrianus van Brink, in 1872 benoemd tot hoofdonderwijzer te Schipluiden en is sedert 1873 hoofd eener openb. sch. der tweede klasse te Amsterdam.

Voor de jeugd schr. hij in de Kindercourant, Bato, Voor 't jonge Volkje en dgl. tijdschr.; voor jongelieden een zevental afz. uitgeg. Verhalen, en een achttal dichtwerkjes. Van meer letterk. waarde en beteekenis gaf hij gedichten in De Kunst-kronyk, Ned. Spect., Volks-alm. voor Ned. Katholieken, De Gids, Nederl. Mag., Eigen Haard, enz. Deze ged. werden verzameld in: Gedichten, Leid. 1876; Duinbloemen, 's-Grav. 1879; Immortellen en Rozen, Amst. 1884. Ona in 5 zangen en 't Kalkoenenhuis, zijn niet in den handel. Zijne vertaling in hexam. van Goethe's Herman en Dorothea verscheen in pracht-uitgave, Leid. 1885.