1KLORIDON bemindt met ghedurighe minne de wayfelachtige Angeniet, die hem1 2 ontboden hebbende, alle eerlijcke vriendtschap bewijst, en belooft hem soo wel2 3 mondelingh als schriftelijc om lief noch om leet nimmer te verlaten. De Vader3 4 Roosen-daal met sijn Huys-vrou besluyten haar Dochter ten houwelijck te4 5 besteden aan Endimyon weduw'naar, dien hy haar seer aan en d'andere seer af5 6 raat. Waar op sy schijnt ghehoor te geven:/ ende onthaalt haar tweede Vryer, met 7 sonderlinge minnelijckheyt, te spijt van Kloridon, die op het slagh komt, van wie7 8 sy gheen werck maackt, waar over hy hem verontwaardight met grooter moeye-9lijckheyt, ende laat haar by den ander, doch seyt haar in 't uytgaan de oorsaack van8-99 10 sijn vertreck.
11Endimyon verheught over 't beginsel van sijn nieuwe liefde, seyt sijn selven toe11 12 een gheluckighe uytkomste, vermidts sijn Liefs-moeder hem seer wel wil en12 13 Kloridon haat. Melimpior sijn Vriendt gheeft hem te kennen sijn Ooms doot,13 14 waar over hy rouwigh en vervult met bittere spijt een brief schrijft en laat brenghen14 15 aan Angniete, die die weygherdt te lesen, met een t'samen-spreecken tusschen den
16 brenger en haar. Hy beklaaght hem aan de Goden, die sijn ghebedt verhooren.15-1616
17Over de klachten der getrouwe ende op-rechte Minnaren doet den Koningh 18 Jupiter den grooten Raadt der Goden vergaderen, om sich wijsselijcken te beraat-19slaghen, hoemen best een middel sal ramen om voor te komen alsulcken quaat als18-1919 20 hy door de lichtvaardigheydt en strafheydt der Vrouwen te ghemoete sach: Hier2020-21 21 werden de Vrouwen ghelastert en verantwoordt. Endelingh sluyt den Raat twee21 22 Gesanten (te weten Mercurius en Neptunus) nederwaarts te sturen, die de 23 oorsaken der dingen souden gaan besichtigen, met strengh Verbodt van den Hemel23 24 te verliesen, en eeuwigh te derven, soo sy haar selven, of eenige van de Hemelsche24 25 verholentheden, openbaarden.25
26Kloridon ten hooghsten vertwijffelt aan de minne van sijn Jouffrou, behelpt hem26 27 met een oude Koppellaarster, die daar gaande leelijck af-geset en van daar gejaagt27 28 werdt, ende keert wederom na Kloridon en vertelt hem hoe zy by Angeniet 29 ghevaren is.
30Des anderen daags 's morghens ontmoeten de twee Goden de voorsz. dochter, daar30 31 sy op met vierige liefden ontsteken, sulckx dat sy haar selven verghetende, leeren de31
32 krachtighe woorden die haar op-waarts door windt en wolcken voeren, dien sy soo 33 vaardigh na-seyt, dat sy ten Hemel stijght, alwaarse de schild-wacht en 't Goddelijck33 34 hoff-ghesin in rep en roere brenght, die haar ghevanghen en endelingh inde Maan34 35 gelaten hebben: waar over de Verspieders ballings des Hemels zijn verklaart, so dat35 36 Mercurius hem nootsakelijck onder de Koopluy most begheven, en Neptunus36 37 hem van spijt in de Zee ghestort heeft, waar van hy noch voor de Vader gehouden37 38 werdt, en den armen Kloridon van sijn Angnieta versteken, siet haar somtijdts38 39 en dat ter nauwer noodt van verre in de bleecke Maan, alwaar sy haar woon-plaatse39 40 heeft verkoren.40