terug  begin  verderprepost
[p. 119]

Inhoudt.

1KLORIDON bemindt met ghedurighe minne de wayfelachtige Angeniet, die hem1 2 ontboden hebbende, alle eerlijcke vriendtschap bewijst, en belooft hem soo wel2 3 mondelingh als schriftelijc om lief noch om leet nimmer te verlaten. De Vader3 4 Roosen-daal met sijn Huys-vrou besluyten haar Dochter ten houwelijck te4 5 besteden aan Endimyon weduw'naar, dien hy haar seer aan en d'andere seer af5 6 raat. Waar op sy schijnt ghehoor te geven:/ ende onthaalt haar tweede Vryer, met 7 sonderlinge minnelijckheyt, te spijt van Kloridon, die op het slagh komt, van wie7 8 sy gheen werck maackt, waar over hy hem verontwaardight met grooter moeye-9lijckheyt, ende laat haar by den ander, doch seyt haar in 't uytgaan de oorsaack van8-99 10 sijn vertreck.

11Endimyon verheught over 't beginsel van sijn nieuwe liefde, seyt sijn selven toe11 12 een gheluckighe uytkomste, vermidts sijn Liefs-moeder hem seer wel wil en12 13 Kloridon haat. Melimpior sijn Vriendt gheeft hem te kennen sijn Ooms doot,13 14 waar over hy rouwigh en vervult met bittere spijt een brief schrijft en laat brenghen14 15 aan Angniete, die die weygherdt te lesen, met een t'samen-spreecken tusschen den

[p. 120]

16 brenger en haar. Hy beklaaght hem aan de Goden, die sijn ghebedt verhooren.15-1616

17Over de klachten der getrouwe ende op-rechte Minnaren doet den Koningh 18 Jupiter den grooten Raadt der Goden vergaderen, om sich wijsselijcken te beraat-19slaghen, hoemen best een middel sal ramen om voor te komen alsulcken quaat als18-1919 20 hy door de lichtvaardigheydt en strafheydt der Vrouwen te ghemoete sach: Hier2020-21 21 werden de Vrouwen ghelastert en verantwoordt. Endelingh sluyt den Raat twee21 22 Gesanten (te weten Mercurius en Neptunus) nederwaarts te sturen, die de 23 oorsaken der dingen souden gaan besichtigen, met strengh Verbodt van den Hemel23 24 te verliesen, en eeuwigh te derven, soo sy haar selven, of eenige van de Hemelsche24 25 verholentheden, openbaarden.25

26Kloridon ten hooghsten vertwijffelt aan de minne van sijn Jouffrou, behelpt hem26 27 met een oude Koppellaarster, die daar gaande leelijck af-geset en van daar gejaagt27 28 werdt, ende keert wederom na Kloridon en vertelt hem hoe zy by Angeniet 29 ghevaren is.

30Des anderen daags 's morghens ontmoeten de twee Goden de voorsz. dochter, daar30 31 sy op met vierige liefden ontsteken, sulckx dat sy haar selven verghetende, leeren de31

[p. 121]

32 krachtighe woorden die haar op-waarts door windt en wolcken voeren, dien sy soo 33 vaardigh na-seyt, dat sy ten Hemel stijght, alwaarse de schild-wacht en 't Goddelijck33 34 hoff-ghesin in rep en roere brenght, die haar ghevanghen en endelingh inde Maan34 35 gelaten hebben: waar over de Verspieders ballings des Hemels zijn verklaart, so dat35 36 Mercurius hem nootsakelijck onder de Koopluy most begheven, en Neptunus36 37 hem van spijt in de Zee ghestort heeft, waar van hy noch voor de Vader gehouden37 38 werdt, en den armen Kloridon van sijn Angnieta versteken, siet haar somtijdts38 39 en dat ter nauwer noodt van verre in de bleecke Maan, alwaar sy haar woon-plaatse39 40 heeft verkoren.40

Grote sierletter K over 8 regels; titel in fractuur groot corps; tekst in fractuur, ‘loridon’ in groot corps romein (= kapitaal klein corps), eigennamen en ‘Maan’ en ‘Goden’ in romein.
1 1629 Minne 2 1629, 1638 hebbende alle 1629 bewijst en 3 1678 schriftelijk, 4 1678 Huysvrouw, 5 1629 aan, 1678 aan, afraedt 7 1638, 1644, 1678 Vryer met 1629 minnelyckheyt te 9 1638, 1644, 1678 ander; doch 12 1638, 1644, 1678 Liefs moeder 1638, 1644 wil, en 14 1644, 1678 spijt, schrijft, 15 1644, 1678 Angeniete
1ghedurighe: standvastige.
2eerlijcke vriendtschap: gepaste (in eroticis ruim op te vatten) gezindheid van vriendin.*aant.
3De Vader enz.: de vader (van Angeniet)*aant.
4haar: hun.
5d'andere: t.w. Kloridon; Waar op sy enz.: waarna zij*aant.
7sonderlinge: bijzondere, buitengewone; minnelijckheyt: bewijzen van liefde. op het slagh komt: juist op dat ogenblik verschijnt.
8-9waar over hy hem verontwaardight met grooter moeyelijckheyt: waarover hij zich in hoge mate verontwaardigd betoont.
9uytgaan: heen-, weggaan.
11beginsel: begin.
12seer wel wil: heel welwillend gezind is.
13gheeft hem te kennen: stelt hem in kennis van; sijn: nl. Kloridons.
14spijt: smart, teleurstelling.
16 1638 Goden die 17 1678 oprechte 1644, 1678 minnaren, 18 1678 Iupiter, 19 1678 hoe men 20 1678 quaed, 22 1629, 1638, 1644, 1678 Neptunis en Mercurius 1638 neder waarts 1638, 1644 sturen die 23 1629, 1644 oorsaecke 1629, 1638 besichtighen met 24 1678 verliesen en 25 1644, 1678 verholentheden openbaarden. (hierna géén nieuwe alinea) 26 1644 vansijn 1644, 1678 Juffrouw 27 1678 Koppelaerster 1644 gaande, leelijck 1678 gaende, leelijck 1629, 1638, 1644 af gheset 1678 afgeset 28 1644, 1678 Kloridon, en 30 1638, 1644, 1678 daaghs morgens 1644, 1678 voorschreven dochter 30 1638 dochter daar 31 1629 ontsteken sulckx
15-16met... haar: bovendien een dialoog tussen de bezorger van de brief en Angeniet.
16hem aan: zich bij.
18-19sich... beraat-slaghen: op verstandige wijze te overleggen.
19ramen: beramen, ontwerpen; voor te komen: te voorkomen, te verhinderen
20hy: t.w. Jupiter. strafheydt: onwilligheid, stuursheid.
20-21Hier... verantwoordt: op deze plaats en tijd worden de vrouwen (vals) beschuldigd en verdedigd.
21Endelingh: ten slotte; sluyt: besluit.
23dingen: voorvallen; misschien met een toespeling op woordentwisten, gedingen; met strengh Verbodt...soo sy: maar het wordt hun ten strengste verboden dat zij.
24haar selven: zichzelf in de hoedanigheid van goden.
25verholentheden: verborgenheden, geheimen.
26Jouffrou: meisje*aant.; behelpt hem met: roept de hulp in van.
27daar: t.w. naar Angeniet; af-geset: afgescheept.
30voorsz.: hiervoorgenoemde; dochter: jong meisje; daar sy op: op wie zij.
31ontsteken: verliefd worden; sulckx: op zodanige wijze; haar: hier zou tweemaal haar moeten staan, nl. haar...leeren, nl. aan Angeniet, en haar verghetende: zich (d.i. hun opdracht en de daarbij behorende voorwaarde) vergetende.*aant.
32 1629, 1638 op waarts 33 1629, 1644, 1678 nae seyt 1629 stijght alwaerse 1629, 1638, 1644, 1678 schildwacht 34 1629, 1638 hoff gesin 35 1678 in de 36 1629 verklaart soo 37 1629 ghestoort 38 1638 Angenieta 1644, 1678 Angeneta 38 1644, somtijdts, en 39 1644, 1678 noot, van
33vaardigh: bekwaam.
34hoff-ghesin: hofhouding.
35gelaten: achtergelaten; waar over: naar aanleiding waarvan.
36hem: zich; nootsakelijck: door de noodzaak gedwongen.
37van spijt: uit teleurstelling; voor de Vader gehouden werdt: geacht wordt de vader te zijn.
38en: hier begint een nieuwe hoofdzin; versteken: verstoken.
39en dat: en dan nog maar.
40verkoren: verkozen te houden (wel na daar eerst, volgens 34, tégen haar wil heengevoerd te zijn).
prepostterug  begin  verder