terug  begin  verderprepost
[p. 81]

[Het daget uyt den Oosten]



illustratie

[p. 83]

+Ode

Op het Treur-spel van Het daghet uyt den Oosten,

 

Door den Aldervermaersten Neder-landtschen Dichter.

 

G.A. Brederoode.

 
Naer verloop van twee tien Jaren,
 
Comt de geest van Breed'roo waren2
 
By Cornelis van der Plas:3
 
Die wel eer syn vrient oock was.
5
Plas die wil syn vrient vertroosten,
 
Druckt het Daghet uyt den Oosten,
 
Dat hy eerst geeft in het licht,7
 
't Leste Spel van Breed'roos dicht.8
 
Sach men oyt Melpoomne treuren,9
10
Sach men oyt yets droefs ghebeuren:
 
Siet hier lievers aen een Maeght,
 
Blijts en droefs eer dat het daeght.
[p. 84]
 
Dit soo krijght ghy noch ten besten,13
 
Voor het laest, ja alder-lesten:
15
Hier meed hy in rust sich gheeft,15
 
Maer syn naem hier eeuwich leeft.
 
 
 
Al metter tijdt.-
+A 2 ro
Titel in 1638 op acht regels; Ode, Treur-spel, van en G.A. Breederoode in kap.; Op het cursief; tekst in romein, maar een aantal namen en titels, alsook de zinspreuk cursief - 1 sierletter N over 4 regels.
2waren: rondwaren.
3Cornelis van der Plas: Cornelis Lodowijcksz van der Plasse, ‘Boeck-verkooper, aen de Beurs, in den Italiaenschen Bybel’, zoals het titelblad van de druk van 1638 van Het daget uyt den Oosten vermeldt, was een vriend van Bredero en sinds 1616 de uitgever van zijn werk. (Garmt Stuiveling, Memoriaal van Bredero, Culemborg 1970, blz. 239.)
7eerst: voor het eerst.
8dicht: dichtwerk.
9Melpoomne: Melpomene, muze van het treurspel; Sach men oyt enz.: wie ooit een treurspel heeft gezien (eig. als men ooit), wie ooit iets droevigs heeft zien gebeuren, moet nu liever eens zien hoe een jonge vrouw vóór de nieuwe dageraad blijde en droeve dingen overkomen.
13ten besten: om er genoegen aan te beleven.
15hy: nl. Bredero.
-Al metter tijdt: zinspreuk van Evert Pels. Over deze dichter is nagenoeg niets bekend. Hij heeft een liedboekje 't Lof van Cupido gepubliceerd en moet een toneelspel Trineus geschreven hebben. Evert Pels wordt vermeld in De Geest van M.G. Tengnagel In d'ander weerelt by de verstorven Poëten. Zie J. te Winkel, De ontwikkelingsgang der Nederlandsche letterkunde III, 19232. blz. 188 en IV, 19242, blz. 234; verder Mattheus Gansneb Tengnagel, Alle werken, ingeleid en van aantekeningen voorzien door J.J. Oversteegen, Amsterdam 1969, blz. 530. Unger noemt de dichter in zijn bibliografie van Bredero (Haarlem 1884) ten onrechte Nicolaes Pels (blz. 68).
prepostterug  begin  verder